Kolet Janssen

auteur

Het meisje met de knappe zus

27 juni 2017

(foto Filip Naudts)

Het leek soms bijna alsof ze onzichtbaar was. Iedereen keek altijd eerst naar haar zus Rachel. Rachel was twee jaar jonger dan Lea, maar tien keer zo bijdehand. Proef ook van de andere Bijbelse vrouwen

Zo lang ze zich kon herinneren, was het zo geweest. Iedereen keek altijd eerst naar haar zus Rachel. Rachel was twee jaar jonger dan Lea, maar tien keer zo bijdehand. Rachel had stralende ogen die de aandacht trokken, zelfs als ze daar niet op uit was. Ze was vlot en vrolijk, wist mensen naar haar hand te zetten, praatte en lachte aan een stuk door. Voor Rachel deed iedereen moeite. In vergelijking met haar was Lea heel gewoontjes. Mensen zagen haar soms letterlijk niet staan. Ze had wel eens gehoord hoe iemand zich verwonderd afvroeg of zij ook op die receptie was geweest , terwijl ze een half uur lang bijna naast elkaar hadden gestaan. ‘Ik zou perfect zijn als spion’, lachte ze wel eens schamper als ze het er met Rachel over had. ‘Ik kan mezelf gewoon onzichtbaar maken.’

Het leek soms bijna alsof ze echt onzichtbaar was. Misschien lag het aan haar kleren. Ze droeg meestal een donkere broek en een bloesje in rustige kleuren. Haar haren waren onopvallend donkerblond en steil. Make up gebruikte ze niet. Rachel droeg altijd heel aparte rokjes en bloesjes en schoenen met hoge hakken. Ze blondeerde haar haren en schminkte haar ogen eens zo groot als ze in werkelijkheid waren. Maar het was meer dan dat.

Rachel sprak iedereen aan die in haar blikveld kwam. Vaak met de domste vragen, maar dat bleek geen bezwaar. Als ze iets niet meteen vond in de supermarkt, klampte ze de eerste de beste medewerker of klant aan tot ze met haar meeliepen naar het rek waar het te vinden was. Ze kirde zo luid, dat het leek alsof Rachel hen een dienst had bewezen in plaats van omgekeerd. Lea beet nog liever het puntje van haar tong dan iets te vragen wat ze zelf kon vinden. Zij keek gewoon naar de infoborden en vond meestal sneller wat ze zocht. Als Rachel haar voet verstuikte, wist de hele straat het. Lea maakte niet zoveel ophef, daar had ze een  hekel aan. Nu ze allebei iets anders studeerden, trokken ze nauwelijks nog met elkaar op en dat vond Lea prima.

Als kind was het al zo geweest en dat was niet fijn. Als er op woensdagmiddag een vriendinnetje van Lea kwam spelen, eindigde het er vaak mee dat Rachel haar inpalmde en dat Lea in het beste geval een bijrolletje kreeg. Haar moeder zag wat er gebeurde, maar stond machteloos. Haar vader lachte waarderend als hij zag hoe Rachel het aan boord legde. En Lea slikte. Soms ging ze gewoon op haar kamer zitten, in de hoop dat ze haar zouden missen. Maar zelfs dat gebeurde vaak niet.

Vandaag was dus niet anders dan al de vorige jaren. Maar toch deed het pijn. Ze was ouder, volwassen, klaar om aan het echte leven te beginnen. Die dingen uit haar kindertijd wilde ze achterlaten. Ze had Michiel leren kennen toen ze vrijwilligerswerk deed op een kamp voor kinderen met autisme. De leiding was een toffe ploeg. Na het kamp was ze Michiel nog een paar keer tegengekomen. Ze waren iets gaan drinken en hij had haar gevraagd of ze zin had om op zondag te gaan wandelen. Natuurlijk had ze dat. Ze was verliefd op Michiel, dat wist ze best.

Toen de bel ging, nam ze snel haar jas en haar wandelschoenen. Maar ze was net niet snel genoeg. Rachel ving een glimp op van Michiel en trok meteen het volle register open. Ze ging in een bestudeerde pose over de trapleuning hangen en pruilde dat ze ook wel zin had in een wandeling. Natuurlijk zei Michiel dat ze mee mocht. Natuurlijk zat Rachel prompt vooraan in de auto, naast Michiel. Onderweg in het bos kwekte ze de hele tijd vol. Michiel lachte met haar gekke uitspraken en liep zichtbaar te genieten. Lea slenterde achter hen aan, met een dikke prop kwaadheid in haar keel. Een keer kwam Michiel naar haar toe en vroeg: ‘Je bent zo stil vandaag?’ Lea haalde haar schouders op. Ze wist al wat er ging komen. Michiel werd op sleeptouw genomen door Rachel. Die speelde er een paar weken of maanden mee en dan dankte ze hem weer af. Van Lea was dan al lang geen sprake meer.

Na de wandeling wist Rachel Michiel zo ver te krijgen dat hij bij hen thuis pannenkoeken kwam eten. Die moest Lea natuurlijk bakken, terwijl Rachel niet meer deed dan gilletjes slaken als de stroop over haar kin liep. Haar moeder keek bezorgd naar Lea. Michiel zei niet veel. Hij glimlachte en at drie pannenkoeken op. ‘Lekker, Lea!’ zei hij. Het viel haar mee dat hij haar überhaupt nog zag.

Na de afwas kwam Michiel opeens vlak achter haar staan. ‘Heb je zin om mee naar de film te gaan?’ fluisterde hij. Ze keek hem verrast aan. ‘Ja’, zei ze. Haar ogen zochten Rachel. Als die ook maar niet mee wilde.

Lea pikte in de badkamer de mascara van haar zus en verfde haar wimpers. Ze trok het korte, felblauwe jasje aan dat ze vorig jaar in een opwelling had gekocht en nooit had gedragen. Ze stak haar haren op in een warrige effect. Michiels blik bleef langer hangen. Met grote ogen en een pruilmond keek Rachel hen na. ‘Waarom mag ik niet mee?’ vroeg ze. Michiel glimlachte mysterieus. ‘Het is geen film voor kleine meisjes’, plaagde hij.

In de rij voor het loket schoot Michiel opeens in de lach. ‘Wel een nummer, hè, jouw zusje’, zei hij. ‘Die zwijgt geen minuut. Ik zou gek worden van zo’n vriendin.’
‘Ze is knap’, zei Lea. Raar dat ze Rachel moest gaan verdedigen.
‘Best knap, dat is waar’, gaf Michiel toe. ‘Maar veel te vertellen heeft ze niet, hè.’ Hij liet zijn vinger over haar wang glijden.  Ze legde heel even haar hoofd tegen zijn schouder. Niets hoefde te blijven zoals het was. Misschien zou haar droom toch uitkomen. Ze wist nog hoe ze had gebeden: ‘God, zorg dat ze mij ook zien.’ Vandaag was ze alvast niet onzichtbaar gebleven.

 

Lea in de Bijbel

Lea en Rachel zijn ook in de Bijbel zussen van elkaar. Lea is de oudste, Rachel de jongste. ‘Lea’s ogen hadden geen glans, maar Rachel was mooi en aantrekkelijk.’  Als Jakob, op de vlucht voor zijn tweelingbroer Ezau die hij bedrogen heeft, in het gezin van de zussen aanspoelt, is hij meteen in de ban van de knappe en levendige Rachel. Hij krijgt hun vader zover dat hij met haar mag trouwen, na zeven jaren werken. Maar in de huwelijksnacht is de bruid gesluierd en ’s anderendaags blijkt dat hij met Lea, de zus, is getrouwd. Vader Laban zegt: ‘Het is hier niet de gewoonte om de jongste voor de oudste uit te huwelijken.’ En dus zit er voor Jakob niets anders op dan ook voor Rachel nog eens zeven jaar in dienst van Laban te werken. Beide zussen blijven rivalen: wie schenkt Jakob het eerst kinderen? Liefst zonen? Die wedstrijd wint Lea met voorsprong, maar het helpt haar niet om de liefde van Jakob te winnen. Die blijft zijn hele leven lang het meest van Rachel houden. En de kinderen van Rachel, Jozef en Benjamin, zijn Jakobs lievelingskinderen.

Lees het verhaal van Lea en Rachel in Genesis 29-30.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *