Kolet Janssen

auteur

Ontmoeting op de trein

28 juni 2017

(foto Filip Naudts)

Tina zit op een bloedhete dag op de trein. Een pater vraagt haar om water. Er ontspint zich een gesprek… “Voor relatieadvies heb ik geen pater nodig.” Lees verder in een zomer vol vrouwen.

TINA  (of de vrouw die water geeft)

‘Voor relatieadvies heb ik geen pater nodig.’

Hij kwam vlak tegenover haar zitten, hoewel er nog zat vrije plaatsen waren in haar treinwagon. Tina monsterde hem tersluiks. Hij was nog jong, niet veel ouder dan zij, schatte ze. Maar waarom moesten paters er altijd zo wereldvreemd uitzien? Zijn gezicht en zijn haren waren oké, maar met die rare kleren zette hij zichzelf meteen buitenspel. Een donkerbruine pij met een touw om zijn middel en daaronder magere, blote voeten in sandalen. Hoe kregen ze het bedacht? Tina probeerde zich hem voor te stellen met een jeansbroek en sneakers, maar het lukte niet.

Ze bladerde in haar tijdschrift. Het was drukkend warm in de trein. Ze haalde de grote fles water uit haar rugzak en nam een lange teug. ‘Mag ik ook wat drinken, alstublieft?’ vroeg de man tegenover haar. Hij had een rustige stem en vrolijke, grijze ogen. Tina veegde de hals van de fles af met haar hand en lachte koud.

‘Durf je dat zomaar aan mij te vragen? Ik dacht dat jullie niets van vrouwen moesten hebben.’ Ze reikte hem de fles aan. ‘Je bent toch een pater of zo?’
Hij nam een grote slok en knikte grijnzend. ‘Dat zie je aan mijn uniform’, zei hij terwijl hij op zijn pij klopte. ‘Niet erg modieus, maar praktischer dan het eruit ziet. We hebben trouwens niets tegen vrouwen, hoor. We mogen alleen niet met ze trouwen en zo.’ Hij reikte haar de fles weer aan. ‘Wij mensen hebben altijd maar dorst, hè. Dorst naar water, dorst naar kennis en wijsheid. We zijn voortdurend op zoek, tot we het geluk gevonden hebben. Als je het echte geluk hebt gevonden, hoef je nooit meer dorst te lijden.’

‘Je hebt niet eens een fles water bij en dan kom je mij vertellen over nooit meer dorst lijden’, lachte Tina schamper. ‘Je zou beter wat minder aantrekken, dan zou je minder zweten en minder dorst hebben.’
‘Ben je op weg naar huis, naar je man?’
‘Ik heb geen man’, zei Tina nors. Waar bemoeide die kerel zich mee?
‘Dat kan kloppen’, zei de pater. ‘Je hebt vast al een hele reeks mannen versleten. En de kerel waar je nu mee samen bent, wordt nooit je man.’
Tina greep de fles terug alsof ze gebeten was. ‘Wat weet jij daarvan?’ siste ze. ‘In het klooster heb je vast niet veel ervaring opgedaan met vrouwen. Als ik relatieadvies nodig heb, ga ik wel naar een therapeut. Daar heb ik jou niet voor nodig.’

Ze haakte haar losse haren nijdig achter haar oren en sloeg opnieuw een pagina van haar tijdschrift om. Wat een zelfingenomen kwast! Waarom was ze ook in gesprek gegaan met dat stuk pater?

‘We hebben allemaal dorst’, ging de kerel tegenover haar zachtjes verder. ‘We zijn op zoek naar onze bestemming. Naar plekken, bezigheden en mensen waar we ons hart in kunnen leggen. Ik zoek mijn bestemming in het klooster. Jij weer ergens anders, hè.’

Ze keek hem niet aan en sloeg de bladzijden om alsof ze aan het lezen was, maar er drong geen letter van de tekst tot haar door. Zijn woorden bleven in haar hoofd zitten. Wat was haar bestemming? Waarin wilde zij haar hart leggen? In het kind dat ze straks van de crèche ging halen, dat stond vast. In de man die haar huis deelde? Nee, eigenlijk niet. Er sprongen tranen in haar ogen. Ze moest dringend orde op zaken stellen in haar leven.

De treinbegeleider kondigde via het omroepsysteem de volgende halte aan. Tina moest uitstappen. Ze stopte haar tijdschrift weg en stond op. Heel even gleed haar blik over de pater, die rustig om zich heen zat te kijken. ‘Bedankt’, fluisterde ze. Toen liep ze met snelle passen naar de uitgang.

 

(Fo)tina in de Bijbel

Volgens oude legenden is Fotina de naam van de Samaritaanse vrouw die Jezus ontmoette bij de waterput. Samaritanen en Joden gingen in de tijd van Jezus niet met elkaar om. Ze waren het oneens over belangrijke elementen in hun godsdienst. Toch komt het bij de waterput tot een diepzinnig gesprek. Het begint met een vraag naar water, maar het eindigt met een nieuw besef over de bestemming van het leven. ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen?’ Het water dat ik geef, zal een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft’, zegt Jezus.

Rembrandt maakte een ets van Christus en de Samaritaanse vrouw in 1658 (Rijksmuseum).

Lees in Johannes 4,7-30 hoe het gesprek tussen de Samaritaanse vrouw en Jezus verloopt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *