Kolet Janssen

auteur

Ridder worden

4 mei 2018

Kinderen groeien op in een wereld met gelijke kansen voor jongens en meisjes. Of toch bijna.

Ik lees mijn kleinzoon voor uit een boek over ridders.

‘Ik ben schildknaap Koen. Later word ik ridder, net als mijn vader’, staat er. ‘Mijn zus Hilda wil ook wel ridder worden, maar dat kan niet want ze is een meisje.’

Mijn kleinzoon schiet in de lach. ‘Natuurlijk wel’, lacht hij. ‘Meisjes kunnen alles worden.’

Ik lees hem verder voor uit het boek. ‘Ik oefen met zwaardvechten, ik leer paardrijden, schieten met een kruisboog, zingen, lezen en schrijven… Mijn zus Hilda doet dat allemaal niet. Meisjes blijven meestal in het kasteel. Ze leren borduren van hun moeder en ze helpen met allerlei klusjes in het huishouden.’

Mijn kleinzoon lacht ongelovig omdat zoiets doms in een boek staat.

‘Meisjes kunnen wel ridder worden’, zegt hij onverstoorbaar. ‘Naomi uit mijn klas kan heel goed met een zwaard vechten.’

Zelf wil hij al een hele poos leren breien, nadat hij mij aan het werk zag met mijn lapjesdeken. Ik heb beloofd hem binnenkort te leren punniken.

De wereld ligt open voor jongens en meisjes, voor mannen en vrouwen. Elke dag een beetje meer.

In het ziekenhuis, bij de politie, in de politiek, in de media, overal zie je mannen en vrouwen hetzelfde werk doen. Zelfs in de kerk ontmoet je vrouwen als voorgangers bij uitvaartvieringen en gebedsdiensten.

God geve dat ik mijn kleinzoon nooit hoef te vertellen dat meisjes geen priester kunnen worden. Want hij zal er alleen ongelovig om lachen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *