Kolet Janssen

auteur

Lezingen

lezing1.jpg

Auteurslezing in de Mozaïekschool in Hasselt, februari 2005

Wil je mij wel eens in levende lijve ontmoeten? Zodat je kunt vertellen wat je van mijn boeken vindt en mij een heleboel vragen kunt stellen? Of wil je wel eens horen wat ik te zeggen heb over schrijven en wat daar allemaal bij komt kijken? Of over een ander onderwerp? Dan kun je mij uitnodigen op je school, in je bib of vereniging! Ik kan ook een Prezi of PowerPointpresentatie laten zien over “Hoe groeit een boek?”.

Mijn voorwaarden:

Dit zijn de spelregels:

  • Duur: 1 of 2 lesuren (af te spreken) of 1u buiten de schooluren
  • Groepen: van 8 tot 12 jaar max. 50, van 12 tot 16 jaar max. 80, volwassenen: onbeperkt
  • Onderwerpen:
    • Voor kinderen en jongeren: Hoe groeit een boek? Prezi-presentatie ‘Van inspiratie tot boek’ (schrijfproces, illustraties, drukproeven…)
    • Voor volwassenen:
      • Geloof doorgeven aan je (klein)kinderen
      • Samen de dienst uitmaken. Over dienstbaarheid in het gezin.
      • De kleine troost. Over het vergroten van onze weerbaarheid tegen de alledaagse schaafwondjes van het leven.
      • Verhalen en geloven. Over de kracht van verhalen in de zingeving.
  • Prijs:
    • Voor kinderen en jongeren tijdens de schooluren: € 150 + € 0,34/km of treinticket (€ 100 subsidie van VFL mogelijk)
    • Voor volwassenen en voor groepen buiten de schooluren: € 200 + € 0,34/km of treinticket (€ 100 subsidie van VFL mogelijk)
  • Wanneer? Onderling af te spreken. Niet op woensdag.
  • Afspraak maken? Mail naar Kolet Janssen met een concrete vraag.

Aanvragen:

Je kunt een gesubsidieerde lezing aanvragen via het Vlaams Fonds voor de Letteren.

Overzicht:

Binnenkort ontmoet ik mijn lezers:

  • op de Boekenbeurs op 2 en 8/11/2018
  • in Hasselt op 22/11/2018: over Bijbelse vrouwen en hun hedendaagse zussen
  • in Sint-Truiden op 24/11/2018: over de kracht van verhalen

Sfeerbeeld:

Vandaag was het een bijzondere dag in de school. Kolet Janssen bracht een bezoek aan onze klas. Ze vertelde eerst over de boeken die ze geschreven had. Ik vond het grappig om te horen dat ze een boek geschreven heeft met als titel ‘Samen met Sander’. Dat ga ik zeker eens lezen. Vervolgens mocht iedereen vragen stellen en zij gaf antwoorden. Eén vraag die gesteld werd was : “Hoe ben je op het idee gekomen om schrijfster te worden ?” Kolet antwoordde : “ Toen ik klein was, even oud als jullie nu, schreef ik graag verhalen. Toen ik twaalf werd, dacht ik al dat ik later schrijfster zou worden en dat is ook uitgekomen. Op mijn dertigste begon ik met boeken te schrijven. Ik maakte vragenlijstjes voor de kinderen. Met de antwoorden van de kinderen begon ik een boek te schrijven! Soms kreeg ik ook opdrachten om over iets te schrijven en zo ontstond er ook een boek.” Ik vond het heel leuk om naar haar te luisteren. Ook wij vulden voor haar een vragenlijstje in. Ik moest wel even nadenken over vraagjes zoals: Wat vind je leuk, wat vind je saai aan meisjes? Op het einde mochten we op de foto met een boek van haar dat we zelf kozen. Natuurlijk ging mijn voorkeur uit naar het boek: ‘Samen met Sander’.

lezing31.jpg

Tof dat we ook nog een boek mochten kiezen voor in de klasbib. We kozen voor het boek: “Zonderdag”.Verder kregen we nog een folder met een handtekening op van Kolet.
We namen blij en dankbaar afscheid van Kolet Janssen en hopelijk schrijft ze nog veel van die mooie boeken !!!
Sander Willems

Een schrijver wil gelezen worden. Hij wil ook de mensen leren kennen die hem lezen, en hen uitleggen wat hem bezielt bij het schrijven. Dus trek ik als jeugdauteur elk jaar naar de plaatsen waar je de grootste concentratie kinderen vindt: de scholen.

Dat is telkens weer een hele gebeurtenis, zowel voor mij als voor de kinderen. Afhankelijk van de stijl van de school komen de kinderen luidruchtig of ingetogen samen in turnzaal, refter of kapel. Ze kijken met nauwelijks verholen nieuwsgierigheid naar de doodgewone mevrouw voor hen. Is dat nu een schrijfster? Heeft die dan ook maar twee armen? Wie ooit mijn boek over heksen heeft gelezen, is teleurgesteld dat ik er zelf niet wat meer als een heks uitzie. Wie “Nacht over Maranta” las, had een wezen van een andere planeet verwacht. In plaats daarvan zit er een mevrouw, met dezelfde schoenen als hun moeder en een glitterbloes die haar eigenlijk niet staat. Ik glimlach in een poging om hun teleurstelling te verzachten, maar maak het daarmee alleen maar erger: is een echte schrijfster niet ongenaakbaar? Zijn die enge griezelverhalen bedacht door een dame die zo vriendelijk lacht als hun buurvrouw? De twijfel straalt uit hun ogen. Is dit wel de echte schrijfster, of heeft die misschien haar saaie zuster gestuurd?

Met de moed der wanhoop begin ik te spreken. In het begin sla ik de ene flater na de andere. Zenuwachtig vertel ik dat ik kom praten over schrijven, omdat niemand mij ooit vraagt voor een uitleg over het koken van soep, iets waar ik nochtans ook zeer goed in ben. Mijn grapje slaat niet aan. Voeten schuifelen, blikken glijden naar het raam. Ik stel een flauwe vraag als “Wat voor boeken lezen jullie graag?” en duid om te antwoorden tussen de opgestoken vingers iemand aan met de fatale woorden: “Jij daar met die donkerblauwe trui!” Pas dan zie ik in een flits dat dit een school is waar iedereen verplicht donkerblauwe truien draagt. Weer ben ik de enige die lacht.

lezing21.jpg Zwetend en ten einde raad lees ik dan maar een spannend stukje uit één van mijn boeken voor. Plots is de aandacht er wel. Ze zuchten spijtig als ik stop. Ik verklap voorzichtig welke truc ik hier gebruikt heb om het verhaal spannend te maken. Samen met hen zoek ik naar nog andere trucs. Telkens bewijs ik ze met stukjes uit een boek of verhaal. We zijn vertrokken, de kinderen en ik. En voordat we het in de gaten hebben, is het een uur later. We hebben nog net even de tijd om elkaar enkele vragen te stellen. Hoe dat er precies aan toe gaat, schrijven. Of het hen lukt om tijd te vinden om te lezen. Dan gaat ergens een bel en moeten ze weg. Een stille jongen van de voorlaatste rij komt nog even vragen wanneer dat boek verschijnt waar ik net een stukje uit heb voorgelezen.

Als ik bij het naar huis gaan door de gangen loop, kom ik er een paar tegen van daarstraks. Ik merk het aan hun medeplichtige glimlach. “We weten het nu,” zegt dat lachje. “Je hebt ons meegenomen naar jouw wereld van avontuur en fantasie. Ook al zie je eruit als een doodgewone, saaie mevrouw, dat is enkel je vermomming. Eigenlijk ben je een schrijfster.” Ik knipoog even en loop naar het station. Fijn dat er lezers zijn.