Kolet Janssen

auteur

Wie ben ik?

Kolet Janssen: ‘Ik kan niet kiezen of ik voor kinderen of voor volwassenen wil schrijven. Gelukkig hoeft dat ook niet: ik doe het gewoon allebei. Voor kinderen schrijf ik verhalen over avonturen rond vreemde verschijnselen, spannende gezinstoestanden of angstaanjagend grappige thema’s. Ook schrijf ik meer informatieve boeken over geloof en over mensen in de samenleving.Voor volwassenen schrijf ik korte en langere stukjes over actuele onderwerpen, meestal met een knipoog.’

Kolet Janssen werd in Hasselt geboren op 18 april 1955. Na haar middelbare school (waar ze regelmatig met kritische stukjes het schoolkrantje teisterde) ging ze naar Katholieke Universiteit Leuven om Godsdienstwetenschappen te studeren. Van 1977 tot 2006 gaf ze les in Tienen, eerst aan het Immaculata-instituut, later aan de VIA-scholengemeenschap, afdeling O.-L.-V.-instituut. Sindsdien houdt ze zich voltijds bezig met schrijven, workshops geven en lezingen houden.
Ze trouwde en verzamelde samen met haar man zes kinderen: drie pleegkinderen en drie eigen producten. Intussen werden die kinderen groot en zo werd Kolet opeens oma…

IMG_2854

Kolet Janssen houdt van verrassingen. Zij ziet achter de gewone dingen van elke dag vaak mysterieuze en spannende gebeurtenissen opduiken. Of ze stelt zich vragen bij wat vanzelfsprekend lijkt. Daarover schrijft zij graag stukjes en verhalen. Zolang ze zich blijft verwonderen over alles wat ze om zich heen ziet gebeuren, komt er geen einde aan haar inspiratie.

rsz_img_8440 (1)



ardennen 2012 085

Zes grote kinderen!


IMG_6023

Kolet met haar dochter Rebekka, met wie ze enkele boeken schreef.


Istanbul_10.2012 018

 

img_0013c.JPGLezers zijn nieuwsgierige mensen. Daarom stellen ze veel vragen. Hieronder vind je de meest gestelde vragen en mijn antwoorden daarop.
Heb je nog andere vragen, mail dan naar Kolet Janssen.

  • Wanneer begon u met schrijven? 
    Ik ben beginnen te schrijven zoals iedereen in het eerste leerjaar. Als kind vond ik het meteen erg leuk om verhaaltjes te schrijven over dingen die ik had meegemaakt of uit mijn fantasie. Op de middelbare school werkte ik mee aan het schoolkrantje. Ik droomde ervan om later schrijfster te worden. Maar er is nergens een school waar je voor schrijfster kunt studeren. Dus studeerde ik godsdienstwetenschappen, trouwde, ging lesgeven, kreeg kinderen, enzovoort. Tot ik op een dag dertig jaar werd. Dat was een schok! Ik besloot om nu eindelijk werk te maken van mijn droom. En zo ontstond mijn eerste boek, Vuil! Het verscheen in 1988. Sindsdien heb ik de smaak te pakken en verschijnt er elk jaar wel iets…
  • Waarom schrijft u?
    Je vraagt waarom ik schrijfster geworden ben. Dat kan ik niet precies zeggen. Misschien omdat het het enige was, waar ik goed in ben. Ik vind het gewoon erg prettig om te doen: het is net zoiets als een spannend boek lezen. Je kruipt eventjes helemaal in een andere wereld. En het heerlijke is, dat je die wereld zelf mag uitvinden.
  • Wat zijn uw hobby’s?
    Ik hou van lezen, vooral boeken waarin ik helemaal kan wonen. Ik kijk graag naar films. Ik hou ook van bakken, vooral cakes en koekjes, die ik daarna met plezier opeet. Wandelen vind ik ook leuk, vooral in de Ardennen. En avondenlang kletsen met vrienden en vriendinnen zou ik ook niet willen missen.
  • Combineert u het schrijven met een andere job?
    Ik gaf meer dan vijfentwintig jaar godsdienstles in de laatste jaren van het middelbaar onderwijs. Dat deed ik twee dagen in de week, en de rest van de week gebruikte ik om te schrijven. Ik vond het een leuke combinatie: op school ontmoette ik echte jongeren, en in mijn boeken fantaseerde ik er… Sinds 2006 ben ik voltijds schrijfster.
  • Voor welke leeftijd schrijft u?
    Mijn boeken worden vooral gelezen door jonge mensen van 10 tot 15 jaar. Dat vind ik een heel boeiende leeftijd: oud genoeg om alles te kunnen begrijpen, en toch niet te oud om over dingen te lezen die eigenlijk niet kunnen. In 1996 verscheen er een boek van mij voor volwassenen: ‘In zeven sloten. Verhalen over moederangst’, en in 2000 een boek over geloof ‘Help, ik geloof’. Sindsdien schrijf ik regelmatig voor volwassenen, in boeken en artikels. Maar de meeste van mijn boeken zijn voor kinderen en jongeren.
  • Hoe onderscheidt een jeugdboek zich van een boek voor volwassenen?
    Een goed jeugdboek kan meestal ook zonder problemen door volwassenen gelezen worden. Het verschil tussen een jeugdboek en een boek voor volwassenen is kleiner dan je zou denken. Voor mij heeft het voornamelijk met de problematiek te maken. De meeste ideeën waarrond ik wil werken sluiten heel goed aan bij de leefwereld van kinderen of jongeren, en dus worden het kinderboeken. Toen ik een aantal ideeën had rond moederschapservaringen, vond ik dat ik daar kinderen niet mee kon lastig vallen en heb ik er een verhalenbundel voor volwassenen mee geschreven (In zeven sloten). Misschien zal ik automatisch bepaalde woorden niet gebruiken voor kinderen, omdat ze te moeilijk zijn. Maar omdat mijn taal altijd nogal eenvoudig is, gaat dat niet zoveel verschil maken. Dat komt ook omdat ik niet zo vaak voor erg jonge kinderen schrijf, maar eerder vanaf een jaar of 10, en dan kun je in feite alles gewoon schrijven als je het maar goed uitlegt. Dat is anders voor eerste lezertjes bijvoorbeeld. Voor heel jonge kinderen let ik er ook op dat het verhaal chronologisch verloopt en niet bijvoorbeeld met flash backs. Maar verder geldt dezelfde manier van schrijven: levensechte personages neerzetten, een intrigerende plot, geloofwaardige gevoelens. Ook kinderen kunnen heel wat complexiteit aan, heb ik ervaren.
  • Wat maakt een jeugdboek tot een goed jeugdboek?
    Voor mij is een goed jeugdboek een boek zoals ik het vroeger zelf graag las: grappig, spannend en met heel veel mogelijkheden om mee te leven met de personages. Een boek om helemaal in te kruipen en in te wonen. Dat kan over van alles en nog wat gaan….
  • Waarover schrijft u het liefst?
    Ik hou van afwisseling en heb dus niet echt vaste onderwerpen waarover ik schrijf. Na een serieuzer thema als adoptie of heksenvervolging doe ik graag iets geks zoals ‘Huis op hol’ of ‘Spin’. Ik vind het een uitdaging om onmogelijke standpunten verder door te denken. Mijn hoofdpersonages zijn altijd goedbedoelende mensen, al pakken ze het soms stom aan. Daarnaast vind ik het ook heel leuk om meer informatieve boeken te schrijven over onderwerpen die te maken hebben met hoe mensen leven en denken, en met geloof.
  • Wilt u in uw boeken een boodschap meegeven?
    Ik schrijf nooit een boek om een of andere boodschap over te brengen, maar natuurlijk ga ik mijn overtuiging ook niet wegstoppen. Zo zul je bijvoorbeeld in ‘De kleur van aarde’ merken wat ik van racisme vind. Volgens mij moet een boek eerst en vooral boeiend zijn, en wat je daarnaast nog inhoudelijk doorgeeft, is meegenomen.
  • Wat is voor u het belangrijkste dat zeker in een boek moet aanwezig zijn? (spanning, emotie, liefde…)
    Een schrijver schrijft altijd min of meer boeken zoals hij ze zelf het liefst leest. Ik hou van boeken met een goede mengeling van spanning, humor, gevoelens en gedachten van de personages. Dus probeer ik mijn boeken zo te schrijven!
  • Schrijft u meestal echt gebeurde of gefantaseerde verhalen?
    Elk verhaal is een mengeling van fantasie en werkelijkheid, alleen het aandeel van beide verschilt. In ‘Het duivelskind’ zit helaas heel veel werkelijkheid omdat het op historische gegevens is gebaseerd, maar toch verzon ik ook daar bijvoorbeeld de verliefdheid tussen Magdaleen en de zoon van Katelijne. ‘Haydn’ is voor het grootste deel echt gebeurd, maar ook daarbij moest ik mijn fantasie gebruiken om de karakters zoals ik ze in de historische bronnen terugvond tot leven te laten komen. In ‘Huis op hol’ stikt het van de fantasie, maar de dolgedraaide stofzuiger uit het verhaal ziet er precies zo uit als de mijne.
  • Hebben uw boeken soms betrekking op uw eigen leven of schrijft u op basis van krantenartikels, foto’s, andere boeken, …?
    Onvermijdelijk zitten mijn eigen vragen, bedenkingen, ergernissen, gevoelens hier en daar in het boek, nu eens in het ene personage, dan weer in het andere. Soms zitten er ook kleine anekdotes uit mijn leven in: de nacht in het bos in ‘Op zoek naar de bron’, de kleine brand in ‘Eiland’, enzovoort. Verder verzamel ik veel verhalen van alle mensen die ik ontmoet en ga daarmee aan de slag: ik mix ze door elkaar, plak ze op een andere manier samen, breng er andere elementen in en knutsel daarmee iets nieuws. Soms zet een krantenartikel of een nieuwsbericht mij aan het denken en later aan het schrijven. Maar altijd is het een mengeling van fictie en realiteit.
  • Gaat u soms op reis om inspiratie op te doen voor uw boeken?
    Mijn verhalen situeren zich meestal in België, in een alledaags gezin, op een gewone school, met doodgewone kinderen. En toch maken die vreemde dingen mee… Ik denk dat je niet per se over verre streken moet schrijven om het spannend te maken. Misschien is het wel herkenbaarder om over gewone situaties te lezen.
  • Hoe begint u aan een boek te schrijven?
    Ik begin met een idee. Dat kan overal vandaan komen. Daar loop ik dan dagen, weken, soms maanden mee rond voordat ik ermee aan de slag ga. Ondertussen bedenk ik wat ik er mee kan doen: wie de personages kunnen zijn, wat ze allemaal kunnen meemaken, hoe het zou aflopen, enz. Dan maak ik een schema waar dit allemaal instaat. Daarna begin ik aan hoofdstuk 1. Maar meestal gaat het verhaal met mij op de loop en klopt mijn schema helemaal niet meer met het uiteindelijke boek. Mijn personages beginnen namelijk bij het schrijven echt te leven, en dan doe je er niet meer mee wat je wil! Elk stukje lees ik wel honderd keer na en ik blijf er dingen in veranderen. Tot ik het beu ben en het gevoel heb dat het af is. Dan mail ik het door naar de uitgever…
  • Voor u kunt beginnen aan het schrijven van een boek, hoe lang heeft u dan al opzoekingswerk verricht?
    Dat is heel verschillend van boek tot boek! Een knotsgek fantasieboek, zoals Huis op hol, vraagt nauwelijks voorbereidend werk. Dan laat ik gewoon alle apparaten tilt slaan en kijk wat daarvan komt. Maar als het onderwerp serieuzer is, moet alles natuurlijk wel precies kloppen. Voor Mijn broer is een orkaan heb ik gepraat met ouders en vooral broers en zusjes van autistische kinderen, en ik heb er ook veel over gelezen. Voor De kleur van aarde ben ik me gaan verdiepen in adoptie, en gaan praten met een gezin waarvan de dochter inderdaad uit India kwam. Voor Het duivelskind heb ik me gespecialiseerd in zestiende-eeuwse kleding, voeding en bouwkunst. Ik ben ook naar Nijlen en Lier gereisd om te kijken wat er nog over was uit die tijd. Voor Wisselkind heb ik me verdiept in elfenverhalen en –gebruiken. Afhankelijk van de voorbereiding duurt het korter of langer om een boek te schrijven. Gemiddeld duurt het bij mij ongeveer zes maanden tot een jaar.
  • Welk boek van uzelf vindt u het best gelukt?
    De boeken waarover ik het meest tevreden ben zijn die waarin ik het meest ‘zweet’ heb gestoken, omdat het me heel wat moeite kostte om me erin in te leven. Dat was bijvoorbeeld het geval met ‘Het duivelskind’ waar ik in de huid kroop van een meisje dat van zichzelf denkt dat ze een heks is. Ook ‘Mijn broer is een orkaan’ is zo’n boek, omdat ik er probeerde te denken en te voelen zoals een kind met autisme, en dat was niet gemakkelijk. Achteraf ben ik dan trots op het resultaat.Ook over ‘Eiland’ en ‘De koffer’ ben ik tevreden, omdat ik het gevoel heb dat ik erin geslaagd ben een spannend verhaal te combineren met een belangrijk thema: de band met je ouders in ‘Eiland’ en de soms moeilijke relatie tussen broers en zussen in ‘De koffer’. Verder vind ik ‘Wisselkind’ goed omdat het een soort detectiveverhaal is met toch veel psychologische elementen. En in ‘Het grote avontuur van God en mens’ (nu: ‘Hosanna!’) heb ik echt mijn hart gelegd in het laten leven van Bijbelverhalen. Verder ben ik weg van elk boek dat ik op dat moment schrijf…
  • Mag u zelf kiezen wie de tekeningen maakt voor uw boeken?
    Ja en neen. De uitgever heeft natuurlijk het laatste woord, want hij moet het boek verkopen en daarvoor is de kaft heel belangrijk. Maar na al die jaren ken ik een heleboel illustratoren en doe ik vaak zelf een voorstel. Zo heb ik een heel prettige samenwerking met Boekenpauw-winnares Anne Westerduin, die een heleboel van mijn boeken geïllustreerd heeft (Nacht over Maranta, Mijn broer is een orkaan, Zonderdag, Huis op hol, De koffer, Hoor je wat ik zeg?). Maar ook bij andere tekenaars voel ik mij vaak erg gelukkig met de preciesheid waarmee ze de sfeer van het verhaal treffen (o.a. Marijke Meersman in Het Duivelskind, André Sollie in Eiland, Karl Meersman in Wisselkind, Mark Janssen in Samen met Sander en De weg naar school, Klaas Verplancke in Seks, hoe voelt dat? en Isabel Bouttens in Wat is familie?).
  • Leest u zelf soms boeken van andere jeugdauteurs? Zo ja, welke jeugdauteur inspireert u?
    Ik lees alles wat ik kan te pakken krijgen. Van een heleboel boeken van andere jeugdauteurs geniet ik echt! Enkele voorbeelden van boeken die ik echte ‘schatten’ vind: Ronja de roversdochter van Astrid Lindgren, de boeken van Rosemary Sutcliff, Brief aan de koning van Tonke Dragt, Altijdgrijs van Imme Dros, Het verborgen dorp van Ron Langenus, Splinters van Marita De Sterck, de Tillerman-boeken van Cynthia Voigt, enzovoort.
  • Waarom schrijft u ook non-fictie boeken?
    Als je een spannend verhaal leest, wil je per se weten hoe het verder gaat en je blijft dus lezen. Bij non-fictie boeken heb je dat niet. Het is dus een extra uitdaging om over geloof of psychologie of seks of familie ook op een spannende manier te schrijven. Kinderen helpen mij daarbij door me hun vragen en bedenkingen daarover op te sturen!
  • Bent u ooit al in de prijzen gevallen met één van uw boeken?
    Dat gebeurt af en toe, en is natuurlijk altijd leuk. Met het Vlaamse Filmpje Het lege hoofd won ik de John Flandersprijs 1990. Voor Nacht over Maranta kreeg ik de 2de prijs van de Kinder- en Jeugdjury, voor Mijn broer is een orkaan de 2de prijs van de Kinder- en Jeugdjury Limburg, en voor Ik geloof dat ik geloof de 2-jaarlijkse prijs voor het religieuze boek. Voor Regentijd kreeg ik in 2010 de Zoute Zoen Publieksprijs. Verder werden heel wat van mijn boeken vertaald en krijg ik elke week wel een aantal briefjes of e-mails van lezers, en dat doet nog het meest plezier!

 

English

Kolet Janssen was born in 1955. She studied theology and was a teacher for many years. Since 2006 she’s a full-time writer. She writes fiction and non-fiction for children and adults on various subjects. She also gives lectures and courses in creative writing, and writes columns and blogs for popular websites and magazines.

Deutsch

Kolet Janssen, geboren 1955, unterrichtet Religion. Als Autorin hat sie Kindergeschichten, Sciencefiction und historische Romane veröffentlicht.

Auf dem Weg zur Schule
Haydn
Mein Bruder ist ein Orkan
Vier Tappen im Dunkeln

Dansk

Kolet Janssen er født i 1955 i Hasselt, Belgien. Hun har studeret religionsvidenskab og underviser nu i dette fag. Først som 30-årig begyndte hun at skrive, og hun udgav sin første bog i 1988.
Hendes bøger har ofte familien som tema. Fx har hun skrevet om adoption, autistisme og om jalousi mellem søskende.
Modtryk har tidligere udgivet Min bror er en orkan (1997). Bogen handler om en autistisk dreng.

Fuldt Hus. 2003

Castellano

Kolet Janssen nació en 1955. Estudió teología y se dedicó a la docencia por varios años.
Desde el 2006 trabaja como escritora a tiempo completo, escribiendo libros de ficción y no ficción para niños y adultos sobre diversos temas. También imparte conferencias y cursos sobre escritura creativa y escribe columnas y blogs para sitios web y revistas.

Mi hermano es un huracan