Kolet Janssen

auteur

Eén roosje

26 mei 2020

In het tegeltuintje naast onze voordeur hebben wij een witte klimrozelaar geplant. We vertroetelen hem alsof hij een van onze kinderen is. Hij krijgt extra meststof in twee gedaantes. We snoeien hem netjes zoals het hoort. We plukken de bladluizen manueel van zijn jonge scheuten. We sproeien als hij witjes ziet. En hij krijgt elke dag water als het niet regent.

Het eerste jaar beloonde hij ons met een waterval van witte rozen. Het jaar daarop was dat al een stuk minder en dit jaar doet hij niet veel meer dan wat spichtige twijgjes produceren. Wij spreken hem elke dag smekend toe, maar het baat allemaal niets.

Omdat ik boos ben op onze rozelaar, heb ik onlangs een blauweregen naast zijn stam geplant. Die struik staat bekend als een soort onkruid onder de sierheesters en dat is dus wat we nodig hebben.

Maar op een dag merkte mijn buurvriendin op dat de rozelaar hoog bovenin zijn schrale takken een witte bloem had voortgebracht. Eén zielige, armzalige roos.

‘Hoe ontroerend’, zei mijn buurvriendin. ‘Al die moeite van die struik om tenslotte die ene bloem te dragen.’

Ik vond er niet veel ontroerends aan. Misschien als het vijf of zes rozen waren geweest, maar dat ene bloemetje kon me niet vermurwen.

Mijn buurvriendin knikte. ‘Dat komt door mijn werk’, zei ze half lachend. ‘Wij zijn zo gewoon om blij te zijn met het kleinste beetje vooruitgang…’ Ze werkt met gekwetste kinderen en hun gezinnen.

Ik keek met nieuwe ogen naar mijn witte roosje. Mijn rozelaar had duidelijk zijn best gedaan. Misschien kon hij niet meer geven dit jaar, om welke reden dan ook. Ik zwichtte. Je bent tenslotte nooit te oud om blij te zijn met één wit roosje.

(Afb. van 9636137 via Pixabay)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.