Kolet Janssen

auteur

Vogeltje

30 augustus 2020

Er zit in ons stadstuintje een vogeltje dat een heel eentonig liedje fluit. Het kan alleen ‘tsjiep’ zeggen. Ik ken niets van vogels en weet dus absoluut niet om welke vogelsoort het gaat, maar het klinkt bijzonder zielig. Soms zegt hij het één keer, soms tot zesmaal achter elkaar, met telkens een pauze ertussen. Altijd op dezelfde vlakke toonhoogte. Zingen kun je het met de beste wil van de wereld niet noemen, maar hij imponeert door zijn doorzettingsvermogen. Dan in dag uit vertelt hij de wereld van ‘tsjiep’.

Andere vogels, zoals de merel op de nok van het dak, bedenken hele riedeltjes. Hij verliest zichzelf in improvisatie van de bovenste plank. Het is een plezier om te luisteren naar zijn steeds verder uitdeinende variaties. Er zijn ook vogels die de bel van de voordeur of het signaal van de magnetron lijken na te doen. Of de houtduiven die beloftevol koerend elkaar achterna fladderen. Hier en daar klinkt zelfs een hese kraai.

Maar mijn onbekende vogeltje houdt vol met zijn ‘tsjiep’. Niet meer en niet minder. Het is alles wat hij kan, en dat doet hij dan ook, met volle overtuiging. Of ik het nu mooi vind of niet, hij laat het horen. Eerst keek ik al eens geërgerd op als hij weer begon. Maar elke dag besef ik beter: ‘Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.’

En dat geldt niet alleen voor vogeltjes. Als God luistert naar ons mensen, krijgt hij ongetwijfeld ook heel verschillende stemmen te horen. Hooggestemde en zoetgevooisde, maar ook simpele, eigenwijze en repetitieve. Het wonder is dat hij het nooit op zijn heupen krijgt van ons. We mogen er allemaal zijn, elk met onze eigen ‘tsjiep’.

(Kerknet.be 30 augustus 2020, afb. van Paolo Brandao via Unsplash)

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.