Kolet Janssen

auteur

Armen

21 februari 2020

De parochie en de school van mijn kinderjaren droeg de naam ‘Onze-Lieve-Vrouw der Armen’. Daar hoorde een groot wit beeld bij van een ingetogen biddende Maria met een lichtblauwe sluier om haar middel geknoopt.

Als kind heb ik er uren naar staan turen, telkens als we met de school in de hal verzamelden om te luisteren naar een toespraak van zuster directrice of om samen kerkliedjes te oefenen. Het beeld stond meer dan levensgroot achter haar rug, halverwege de trap. We mochten dan vooral niet ‘doorgezakt’ staan, maar kaarsrecht op twee gestrekte benen. Dat was een hele opgave.

Wat mij betreft hadden ze dat beeld dus beter Onze-Lieve-Vrouw der Benen kunnen noemen. Maria vouwde haar armen met gevouwen handen biddend samen. Ik zag niets bijzonders aan die armen, maar misschien was ik daar nog te klein voor. Ik hoorde pas veel later dat de 12-jarige Mariette Beco in Banneux Maria in het echt zo gezien had, en dat Maria die naam aan zichzelf had gegeven bij hun ontmoeting.

Ik weet niet meer wanneer ik besefte dat het om heel andere armen ging. Ik kende ook geen arme mensen, dat dacht ik toch. Wij waren niet rijk, maar we hadden niets te kort, net zoals de meeste van mijn vriendinnetjes. In mijn idee woonden arme mensen in ‘arme landen’, ver weg van hier.

Als ik nu ’s ochtends mijn pilatesoefeningen doe en mijn armen beweeg in de hoop mijn schouders wat soepeler te maken, denk ik weleens aan Onze-Lieve-Vrouw der Armen. Ze zal het me vast wel vergeven.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.