Kolet Janssen

auteur

Avondmens

13 juli 2021

Heel mijn leven heb ik beweerd dat ik een ochtendmens ben. Ik word vanzelf wakker als het licht wordt. Ik vind het niet erg om vroeg op te staan. ’s Morgens zit ik boordevol energie en in de loop van de voormiddag krijg ik het grootste deel van mijn werk – vooral het creatieve – gedaan. In de namiddag begint mijn tempo al wat te vertragen en tegen het avondeten heb ik het gevoel dat de dag erop zit. Om ’s avonds nog buitenshuis actief te zijn moet ik altijd iets overwinnen.

Dat is allemaal niet echt veranderd. Maar sinds kort geniet ik meer dan ooit tevoren van de schoonheid van avonden. Vooral in de zomer.

Het is het moment van de dag waarop het vanzelf stiller wordt. Hier en daar klinkt nog een mensenstem, maar trager en voorzichtiger dan overdag. Dan nemen de vogels het over. De merel haast zich van dakgoot naar schoorsteen om met telkens nieuwe fluitvariaties zijn territorium af te bakenen. Een paar andere vogeltjes zingen zoals ze gebekt zijn: minder melodieus maar even efficiënt.

Een kat sluipt onhoorbaar over het gras. In de klimop ritselen een paar muizen. Een tros onrijpe hazelnoten wiegt in de wind. De lucht is warm en fris tegelijk. Een verre kamperfoelie strooit zijn geuren rond. Niets hoeft nog en toch is alles waakzaam.

Misschien is het omdat ik stilaan in de avond van mijn leven kom, dat avonden me elk jaar meer gaan bekoren. De volstrekte vanzelfsprekendheid van het einde van een dag. De helderheid en de rust na alle drukte. De vreemde mengeling van volheid en gemis, in het besef dat het leven de volgende dag weer verdergaat. De zachte zoetheid van weemoed.

Dan is het opeens te koud om nog buiten te zitten. Ook de avond gaat voorbij.

(Afb. van PDPhotos via Pixabay)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.