Kolet Janssen

auteur

Chocomousse

19 februari 2020

Niemand zei iets, niemand deed iets, niemand wilde iets zien van wat er aan de hand was. Zelfs toen ze vele jaren later door de straat van haar kinderjaren liep, was ze nog boos op die buurvrouwen van toen. Nu waren ze stokoud of dood. Waarom hadden ze toen niet even, met een blik of een woord, iets laten merken? Waarom lieten ze een kind met zoiets alleen? Waarom bemoeide niemand er zich mee?

Pas toen ze voorbij het huis van de tweede buurvrouw van links liep, herinnerde ze zich opeens iets. Een paar keer per jaar tikte die buurvrouw met haar ring tegen het raam en wenkte haar. Het meisje moest dan binnenkomen.

‘Ik heb chocomousse gemaakt en een kommetje voor jou bewaard, omdat ik weet dat je dat zo graag lust’, zei de buurvrouw. Ze overhandigde haar het kommetje goddelijke chocomousse.

De moeder van het meisje kon niet koken. Ze hield er niet van. Haar chocomousse had een dikke laag bruine smurrie onderaan en de rest was vloeibaar. Maar de chocomousse van de buurvrouw was hemels: alsof je zoete luchtbelletjes at.

Het meisje at het kommetje rechtstaand leeg, tot de laatste schep. Het was heerlijk. De buurvrouw had zelf ook kinderen, wel vier. Die kregen een extra kommetje chocomousse vast wel op. Maar de buurvrouw had het voor haar bewaard. Ze stond er stil glimlachend bij te kijken. Er werd niet gepraat.

Ze bedankte de buurvrouw en stapte weer naar buiten, naar huis.

Drie keer per jaar een kommetje met zoets. Het was niet veel. Het was niet genoeg. Maar misschien was het alles wat de buren konden doen. Het was beter dan niets.

(Afb. van ElodiV via Pixabay)

Een reactie op “Chocomousse”

  1. Trees Vandenbussche schreef:

    slik …
    Wat kan je doen? Politie?
    Hoe weten/wisten volkse vrouwen wat te doen?
    Een beetje aandacht, zoals zij met het potje chocomousse…

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.