Kolet Janssen

auteur

De derboom

1 oktober 2020

De beste herinneringen die ik aan mijn vader heb, zijn van toen we samen een herbarium aanlegden. Jarenlang waren we daarmee bezig. Op elke wandeling speurden we vooral naar de struiken en de plantjes in de berm, tot wanhoop van mijn moeder. In de studeerkamer hing de hele zomer lang de scherpzurige geur van gedroogde planten, geplet onder stapels dikke woordenboeken. Bij elke plant maakten we een blaadje met onder andere de naam, ook in het Latijn, de kenmerken van blaadjes, bloemen en vrucht, de streken waarin de plant groeide en alles wat we er verder over konden te weten komen. We noteerden uitdrukkingen (boontje komt om zijn loontje!), weerspreuken (is ’t warm en voorspoedig weer, brengt augustus de eerste peer) en vertalingen in Frans, Duits en Engels.

Van mijn vader leerde ik om systematisch te werk te gaan. We plukten niet zomaar wat planten onderweg. We verzamelden per plantenfamilie. De eerste familie die we bestudeerden, waren de vlinderbloemigen. Daar zaten veel voedingsgewassen bij met peulen, zoals erwten en bonen, die we gewoon in onze eigen tuin konden plukken. Verder zagen we de typische vorm van de bloemen ook bij de brem- en acaciastruiken in onze buurt. Zo verzamelden we ze een voor een.

We werkten met het lijstje uit ‘Verschueren’s Modern Woordenboek’, waaruit al onze wijsheid kwam. Natuurlijk waren er ook planten in die familie die niet in onze streken groeiden. Zoals soja of pindanoten. Daarvan zochten we foto’s in kranten en tijdschriften. Er waren ook twee planten, de ‘palissan’ en de ‘derboom’, waarover we verder nergens meer informatie vonden, tot grote frustratie van mijn vader. Niet in andere naslagwerken, niet in de bibliotheek. Vooral over die ‘derboom’ braken we ons hoofd.

Tot we op een dag, ongeveer gelijktijdig, beseften dat het dwarsstreepje om een woord te splitsen was weggevallen in onze trouwe Verschueren. Het ging natuurlijk om de palissanderboom! We voelden ons dom, maar toch blij dat het raadsel was opgelost. Een belachelijke fout noemden we nog jarenlang een ‘derboom’.

Vaak denk ik met meewarigheid terug aan ons geploeter. We hadden geen naslagwerken met kleurafbeeldingen van planten. We hadden geen flora om ons te helpen ‘determineren’. Alleen met behulp van Verschueren brachten we vele zomervakanties door met zoeken en vinden. Wat zouden we genoten hebben van snuffelen op internet, van foto’s van planten van over de hele wereld, van close ups van alle onderdelen, van kaarten met verspreidingsgebieden, enzovoort. Enkele jaren voordat mijn vader stierf, installeerde ik een app waarmee ik moeiteloos planten kon determineren met mijn gsm. Ik heb het hem nooit durven vertellen.

Maar we hebben er toch ontzettend veel plezier aan beleefd. En met al die beelden van tegenwoordig zou ik nooit zoveel hebben kunnen genieten van de bijhorende termen, die vooral zonder plaatjes mijn verbeelding prikkelden: samengesteldbloemig, gezaagd, gekarteld, getand of gelobd, kielen en zwaarden, napjesdragers, bladoksels en bloemhoofdjes, het was een feest zonder einde.

Een reactie op “De derboom”

  1. Noël Tobback schreef:

    1 oktober Gezelle moet op die dag Bamisbosschen geschreven hebben. Hij was ook zo geboeid door die verschillende geuren van planten. Ik wil alles eens lezen in zijn werk over bomen. Maar de ‘derboom’
    God almachtig! Van de acacasia verneem ik dat deze struik de verwoestijning tegenhoud. De bloem ervan is onvergelijkelijk in kleur. De Ark des Verbonds moest uit dit hout worden gemaakt. De benaming wellicht een hebraïsme.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.