Kolet Janssen

auteur

De onzichtbare vrouw

26 oktober 2018

De eerste keer dat ik merkte dat ik langzaamaan onzichtbaar werd, was op een zomervakantie in Italië. Onze tweelingdochters waren toen vijftien, en zo fris en appetijtelijk als blozende appeltjes. We liepen over de markt in Arezzo, ik in een zomerjurkje en zij in korte rokjes. Alle Italiaanse mannen, van 17 tot 97, keken alleen naar hen.

Het jaar voordien in de zomer hield ik nog steevast die vage glimlach paraat waarmee je als vrouw reageert op een appreciërende mannenblik. Maar die moeite kon ik me voortaan besparen, toch met mijn dochters in de buurt. Mannenblikken gleden gewoon langs me heen. Het ergste was nog dat die mannen er zich niet eens van bewust waren dat ze me negeerden. Het was geen opzettelijke poging tot uitvegen. Ze zagen me letterlijk niet meer staan. En ik besefte meteen dat ik er niets tegen kon doen. Want elke poging van mijn kant om weer ‘in the picture’ te lopen, zou voortaan alleen nog lachwekkend of pathetisch zijn.

Ik geef toe dat het toch wel even hard aankwam. Vooral omdat ik niet beseft had dat die waarderende blikken blijkbaar een deel van mijn normale zelfbeeld uitmaakten. Pas nu ik het zonder moest doen, begon ik ze naar waarde te schatten. Het was wennen.

Het werd natuurlijk steeds erger. Ook vrouwenblikken begonnen langs me heen te glijden. Als ik het woord nam in een groep, hoorden mensen het niet of ze keken de verkeerde kant op. Als ik in een winkel om informatie vroeg, begon het personeel geregeld een uitleg te doen tegen een van mijn inmiddels volwassen kinderen die me vergezelde. Terwijl ik ernaast stond en de vraag had gesteld! Ik begon te begrijpen waarom mijn moeder zo nijdig deed als ik met haar naar het ziekenhuis ging en ik al bij het onthaal de aanspreekpersoon werd. Ik kan nu naar een receptie gaan en meedoen met tientallen gesprekken, zonder dat iemand mij zich achteraf herinnert. Ik bereik stilaan de perfecte leeftijd voor een misdaad die geen sporen achterlaat.

Want zoals met alles in het leven, is ook dit verschijnsel niet enkel kommer en kwel. Ik begin stilaan gebruik te maken van de voordelen van niet meer gezien te worden. Ik durf al eens voordringen in een lange rij. Ik ga zitten op plekken die strikt genomen niet publiek zijn. Ik neem meer dan mijn tijd om spullen in een winkel uitvoerig te vergelijken. Niemand ziet me, dus ik hoef me niet te haasten. Ik spreek mensen aan als ze iets doen wat niet mag, grote afvalzakken in straatvuilnisbakjes proppen of zo. Ze zijn altijd verrast en voelen zich betrapt, want ze hadden niet gezien dat ik er ben. Ik zwaai ongegeneerd terug naar kindjes die op de bus zitten. Ik huppel als ik daar opeens zin in heb. Ik lik mijn vingers af als mijn ijsje druipt. Ik zie en hoor mensen die verliefd zijn, zich ergeren of verdriet hebben. Er schuilt een heel leven onder de zichtbare oppervlakte.

Onzichtbaar zijn heeft steeds meer voordelen. God was beslist niet gek toen hij daarvoor koos. Dat begrijp ik elk jaar beter.

3 reacties op “De onzichtbare vrouw”

  1. Saskia schreef:

    Een persoonlijk voordeel van onzichtbaar geworden te zijn, vind ik dat ik niet meer publiekelijk word beledigd vanwege mijn gewicht. Vroeger moest ik vaak opmerkingen aanhoren, soms zo respectloos dat ik ze niet kan of wil herhalen. De laatste jaren gebeurt me dat niet meer, eindelijk loop ik niet meer in de spots.

    1. Kolet Janssen schreef:

      Schande, die opmerkingen! Maar ook daaraan merk je dus je groeiende onzichtbaarheid 😉 Misschien moeten we een club van onzichtbare vrouwen oprichten!

  2. Leen schreef:

    heel fijn beschreven en volledig herkenbaar hoe scherp de tekening wordt bij het onzichtbaar worden op latere leeftijd – ik heb moeite met de miskenning van onze ervaringen, levenslessen, onze relativiteit,… maar én anderszijds is het zoo rustgevend om te kunnen loslaten en ons te mogen toedekken in het ons toegeschoven deken van ‘onzichtbaarheid’

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.