Kolet Janssen

auteur

De zomer van nabijheid

28 juni 2020

Het lijkt alsof iedereen en alles het je toeschreeuwt: de lange lichte zomeravonden, de warme lucht op je huid, de explosie van bloemen in tuinen en parken, de wapperende zomerjurken en kleurige shorts. HET IS ZOMER!!! Als je goed luistert, hoor je in plaats van lockdownstilte weer gepraat en gerinkel van glazen in achtertuinen. Je ruikt onmiskenbaar BBQ-luchtjes. Op straat is er meer verkeer en ook in de winkels durven de klanten weer rustig vergelijken en kiezen, bijna zoals voorheen. Alleen hier en daar betrap je nog iemand op een schichtige blik, op een mondmasker om zijn hals. Er staan nog steeds overal flessen met handgel en we volgen ‘à peu près’ de pijlen op de straat of op de winkelvloer.

Met zijn allen ademen we opgelucht uit: oef. We hebben het overleefd, of toch de meesten van ons. We kunnen weer uit ons kot komen en een groot stuk van ons normale leven weer opnemen. Er blijven een heel pak vreemde dingen over, waarvan we niet altijd goed weten of het nu voor- of nadelen zijn. De jongeren zullen wellicht niet elke dag naar school mogen. Mensen zullen af en toe van huis uit werken. We fietsen meer. Optredens zullen zich noodgedwongen in kleinere cirkels afspelen. We moeten al eens een telefoonnummer achterlaten als we iets gaan eten of drinken. Als we vergeten van tevoren een afspraak te maken, kunnen we ergens niet terecht. En iedereen buiten onze dichtbije bubbel wuiven of knikken we toe, zonder handdruk, knuffel of zoen.

Het virus is niet weg en we moeten het stevig in de gaten houden. Maar we weten iets beter dan voordien hoe we het de pas kunnen afsnijden. We hebben de waarde van het nabije leren kennen: mensen, buurten, natuur, mooie plekken in de stad. Als je het niet ver kunt gaan zoeken, zie je soms hoe mooi het dichtbij is.

Dat geldt eerst en vooral voor wie onder onze neus leeft. We hebben heel even ervaren dat niets vanzelfsprekend is: naar buiten gaan, familie en vrienden ontmoeten, winkelen en reizen. Veel daarvan zal weer wegebben, maar misschien kunnen we deze zomer lang toch onthouden hoe kostbaar onze naasten zijn. Bereikbaar en toch vol diepte. Met kleine maar ook hartverwarmende kantjes.

Het doet me denken aan het overbekende verhaal van de barmhartige Samaritaan. ‘Wie is de naaste van deze man?’ vraagt Jezus op het einde van zijn verhaal. Het was overduidelijk: wie dichtbij en zorgend is, wie even zichzelf kan vergeten en kan afstemmen op wat iemand anders nodig heeft. Zo’n naaste willen we allemaal ontmoeten. Met wat geluk en oefening kunnen we ook zo’n naaste zijn.

Het wordt een ingehouden zomer. De perfecte zomer om naasten te zien en te zijn. Een zomer vol barmhartigheid, voor onszelf en voor anderen. Hij is al begonnen.

(Kerknet.be 28 juni 2020, afb. van Richard Jaimes via Unsplash)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.