Kolet Janssen

auteur

Geen tijd

11 oktober 2020

Ik heb net de eerste hap van een stuk quiche in mijn mond als de bel gaat. Voor de deur staat een fris en energiek meisje.

‘Kent u de ‘Flying Doctors’? vraagt ze.

‘Jawel,’ zeg ik, ‘maar ik ben net aan het eten en ik heb dus geen tijd.’

Verrast door mijn kordate aanpak staat het meisje een tel met haar mond vol tanden. Lang genoeg voor mij om haar een beetje vals ‘nog veel succes’ toe te wensen en de deur te sluiten.

Ik eet verder, terwijl ik mezelf overtuig dat ik alle reden heb om zo te reageren. Onze buurt met de vele aaneengesloten huizen is een geliefd strijdterrein voor alle mogelijke organisaties. Blindegeleidehonden, artsen zonder grenzen of zonder vakantie, tandartsen en dierenartsen eveneens zonder vakantie, Amnesty International en Vredeseilanden staan haast in de file om ons te verleiden tot een milde gift.

Vroeger raakte je er nog vanaf met een geldbiljet, maar tegenwoordig azen ze stuk voor stuk op een vaste bankopdracht waar je levenslang aan vast zit. Ik ben afgehaakt, ik kies mijn goede doelen liever zelf en niet aan de deur.

Mijn man heeft wat minder eelt op zijn ziel dan ik, dus dit meisje had pech dat ze mij trof. Vroeger liet ik me weleens vermurwen uit medelijden met het meisje of de jongen voor de deur. Jong idealisme mag je niet in de kiem smoren. Maar sinds ik weet dat het betaalde krachten zijn, maak ik van mijn hart een steen.

Toch blijft er ergens iets knagen. Ver weg in mijn hoofd hoor ik een echo van dat rare Bijbelverhaal over het feestmaal waar de gasten niet wilden komen. De genodigden hadden geen tijd om naar het feest te komen. De ene moest naar zijn veld, de andere naar zijn winkel. Ben ik dan de gast die geen tijd had omdat ze aan het eten was?

Ik weet niet of ik de Flying Doctors nog een tweede keer zal kunnen weerstaan. Bij deze zijn ze gewaarschuwd.

(Kerknet.be 11 oktober 2020, afb. van Tamal Mukherjee via Pixabay)

2 reacties op “Geen tijd”

  1. Gil Vander Heyden schreef:

    Ik geef gewoon niet graag aan de deur, voel me er niet behaaglijk bij. We hebben ook altijd dezelfde organisaties waar we zo om het jaar een vast bedragje op overschrijven. Soms doen we dat ook wel eens tussendoor voor iets waar dat echt wel nodig lijkt. En toch denk ik geregeld: zou dat nu echt gaan naar wie het nodig heeft, blijft er niet teveel aan de vingers plakken?

  2. Noël Tobback schreef:

    Ik zie doek van Gustave Van de Woestyne, hetgeen hij maakte in het Rozenhuis na Wereldoorlog I. Hij staat buiten en wijst een bedelaar naar zijn voordeur. Hij zal er samen mee aan tafel gaan.
    Dat is anders dan we gewoon zijn. Vlug en bijna ongezien geven. Bedelaars boeien me. Het kost me veel moeite om mijn zijruit niet naar omlaag te draaien en iets met een hartelijke glimlach toe te stoppen. Het erge is ook dat het langs beide kanten iets met geld te maken heeft. Bekijk je een ‘Laatste Avondmaal’ is er Judas met die geldbuidel. Lang geleden ben ik ook enkele keren rondgegaan voor enkele goede doelen. Als de mensen iets gaven kwam mijn hart vol met mededogen. Van beide kanten was er schaamte. En toch is er iets goddelijks ‘Barmhartig is Hij van geslacht tot geslacht. En zo is het ook zalig voor hen die iets goeds willen meedelen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.