Kolet Janssen

auteur

Grafpraat

1 november 2026

‘Zo, hier ben ik weer met een doos chrysantjes’, zeg ik tegen mijn ouders. ‘Vinden jullie de kleuren mooi?’

Ze zeggen niks terug. Zo gaat dat sinds ze hier samen onder een steen liggen, met links en rechts hun foto en in het midden hun beider namen.

Ik haal wat onkruid weg uit het plantenvak en graaf kuiltjes met mijn schopje. De klimop ontzie ik voorzichtig. Ik zet de chrysantjes op hun plek en hark alles netjes bij.

‘Fleurig, hè?’ probeer ik nogmaals, terwijl ik naar de lila, de witte en de diepgele bloemetjes kijk. Ze blijven zwijgen. Ik zucht.

‘Wat moet ik vertellen? Met de kinderen en de kleinkinderen gaat het goed, in grote lijnen toch. Onze kleinzoon leert Grieks.’ Dat gaat mijn vader fijn vinden. ‘En kleindochter kan al fietsen!’ Dat is voor mijn moeder bedoeld, want met deze kleindochter bereikte zij het viergeslacht waar ze zo lang naar uitkeek. ‘Met de wereld gaat het wat minder goed, maar daar wil ik jullie niet mee lastig vallen.’

Heeft het zin om aan mijn vader te zeggen dat we stilaan echt afzien door de klimaatopwarming ondanks zijn wegwuiverij van dat probleem? Is het nodig om aan mijn moeder uit te leggen dat het leger extra middelen krijgt omdat er weer oorlog dreigt uit het oosten?

Waarom zou ik hun hemelse rust verstoren? Ik ga op mijn hurken zitten, zodat ik de foto’s beter in de ogen kan kijken. Waarom staan hier geen trooststoelen zoals op de begraafplaats in mijn eigen gemeente? Kleurige stoelen die je van graf tot graf kan verplaatsen als je daar even bij wilt gaan zitten?

‘Rust in vrede!’ wens ik hun van harte toe. In gedachten zie ik de armen van God om hen heen. Beter wordt het niet meer.

(Otheo.be, foto Stad Leuven)

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.