Treingenoegens
4 november 2026

Ik word altijd een beetje lyrisch van reizen met de trein. Wellicht doe ik het niet vaak genoeg om vast te lopen op de mankementen van stakingen of afgeschafte treinen en verdwenen stations.
Hoe vaak ik me ook laat vervoeren, ik blijf onder de indruk van het fantastische systeem van treinen die met een uitgekiend rooster gemeentes uit het hele land met elkaar verbinden, met het efficiënte systeem van sporen en wissels, van slagbomen en vertrekfluitjes.
Zachtjes wiegend reis ik door het hele land. De treinbegeleider roept ‘Goedemorgen!’ als ze de wagon binnenkomt en doet vriendelijk haar ronde. Mijn app helpt me om de juiste trein en het goede perron te vinden. Zonder een centje pijn spoor ik na afloop van mijn bezigheden weer naar mijn thuisstation. Ik hoef niet in de file te staan, niet uit te kijken voor verstrooide medechauffeurs, geen parkeerplaats te zoeken.
Ik heb een stoel, een tafeltje, een vuilnisbakje en vaak zelfs een stopcontact ter beschikking. Door het grote raam zie ik wisselende landschappen voorbijglijden. Veel meer dan in de auto voel ik mij als treinpassagier een beschaafd mens dat mag deelnemen aan de samenleving.
Mijn medereizigers zijn minder toegankelijk dan vroeger, omdat ze meer en meer met verstopte oren reizen. Ze luisteren naar iets van hun eigen keuze en als ik iets vraag of zeg, rukken ze verrast één dop van een oor. Ik voel me dan een beetje alsof ik hen een been uitdraai en dat houdt me tegen om met hen te communiceren.
Ik geef toe: soms erger ik me aan eindeloos kwebbelende tieners of aan lange, luidruchtige telefoongesprekken in een andere taal. Maar als ik naar buiten kijk, word ik al snel weer zen. Kijk toch eens naar die lelijke kippenhokken en verlepte groentetuintjes, naar die dampende auto’s achter de slagbomen, naar die ingeduffelde fietsers op het jaagpad.
Ik wil nergens liever zijn dan hier, lekker warm op mijn plek aan het raam in de trein naar weetikveel. Het was haasten om de trein te halen en straks ga ik weer drukdoen, maar nu vertoef ik even in een weldoende tussentijd. Ik laat mijn brein schommelen op het ritme van de trein. Straks kom ik ergens aan, maar nu nog even niet.
(Photo by Winston Tjia on Unsplash)
;)
;)
;)
;)
;)