Kolet Janssen

auteur

Laatste rustplaats

3 december 2018

‘Hier zal ik dan maar blijven tot ik doodga’, zegt mijn moeder laconiek. Ze heeft het over het woonzorgcentrum, waar ze het overigens prima naar haar zin heeft.

‘Ja, maar dat hoeft nog niet meteen’, zeg ik even direct. ‘Er valt hier nog heel wat te beleven. En het is overal lekker warm en je mag je helemaal laten dienen.’

Ze knikt. ‘Ze komen zelfs helpen om mijn rug te wassen’, verklapt ze. ‘Ik heb niks te klagen.’

Voor mijn moeder, met haar 92ste verjaardag in zicht, is de dood nog steeds een vreemde gedachte. Telkens als we het graf van mijn vader bezoeken, zegt ze ongelovig: ‘En hier kom ik dus ook te liggen.’ Dat valt moeilijk te ontkennen, want haar naam staat duidelijk leesbaar in de steen gegraveerd, naast die van mijn vader. Alleen de datum moet nog aangevuld worden. Een wat lugubere gewoonte, maar het geeft wel de zekerheid dat je weet waar je stoffelijk overschot terecht komt.

Soms staat mijn moeder voor de spiegel in haar badkamertje en kijkt verwonderd naar wat ze daar ziet. ‘Ik ben toch zo lelijk geworden’, zegt ze dan.

‘Wat bedoel je?’ vraag ik voorzichtig.

‘Al die vlekken in mijn gezicht’, zegt ze. ‘Een mens wordt er niet schoner op als hij oud wordt!’ Ze schudt haar hoofd en voelt of haar hangertje goed zit.

Het is niet omdat je ouder dan negentig bent, dat je klaar bent om dood te gaan. Voor mijn moeder is het idee dat ze dood zal gaan, nog even absurd als dertig of zestig jaar geleden. Vorige week is ze gaan dansen in een tent op Winterland, nadat ze eerst achter haar rollator over het plein had gelopen. Want ze doet mee met elk uitstapje.

Voor doodgaan heeft ze voorlopig nog geen tijd. Ze heeft het veel te druk met breien, woordzoekers, geheugentraining, fitness en kienen. Alleen laat ze het woord wel af en toe vallen. Misschien vooral voor zichzelf, in een poging om er toch al een beetje aan te wennen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.