Kolet Janssen

auteur

Mensen

13 november 2019

Eén van mijn lievelingsverhalen gaat zo. Een jongeman komt aan bij de poort van een voor hem onbekende stad. Hij vraagt aan een oude man die daar zit, wat voor mensen er in deze stad wonen. De oude man vraagt hem: ‘Hoe waren de mensen in de stad waar jij vandaan komt?’ ‘Dat waren afschuwelijke mensen’, zegt de jongeman. ‘Gierig en wantrouwig, altijd de eerste om je een hak te zetten. Ik ben blij dat ik daar weg ben.’ De oude man knikt. ‘Hier zijn de mensen precies zo.’

Even later komt er een andere jongeman aan die hetzelfde wil weten. Weer vraagt de oude man hem hoe de mensen waren in zijn vorige woonplaats. ‘Dat waren fantastische mensen’, antwoordt de jongeman. ‘Altijd vriendelijk en gastvrij, ik heb spijt dat ik daar weg moest.’ ‘Hier zijn de mensen precies zo’, zegt de oude man weer.

Een koopman die de oude man tweemaal heeft horen vertellen, wijst hem terecht: ‘Waarom lieg jij tegen die jonge kerels? Je vertelt telkens iets helemaal anders over de inwoners van deze stad!’ Maar de oude man glimlacht. ‘Toch heb ik gelijk. Want zoals je de mensen benadert, zo zullen ze zich ook gedragen.’

Dat verhaal schoot me te binnen toen ik onlangs met mijn moeder over de gang van het woonzorgcentrum liep. Ze was weer helemaal haar eigen sikkeneurige zelf en ik probeerde haar tevergeefs tot redelijkheid aan te sporen. Tot we een nieuwe bewoonster tegenkwamen. ‘Wat ziet gij er chic uit vandaag’, riep die uit en ze trok nog even het kraagje van mijn moeders jas recht (waarvan ik dus niet had opgemerkt dat het scheef zat). En ze wendde zich tot mij: ‘Zo’n vriendelijk menske, uw moeder!’ Ik glimlachte schaapachtig. Mijn moeder? Hadden we het over dezelfde persoon? Zelfs mijn moeder was er even stil van. We liepen zwijgend naar buiten. Allebei met iets om over na te denken.

Een reactie op “Mensen”

  1. Verbeeck Tony schreef:

    Ik woonde vroeger op den buiten en ben daar weggejaagd door de huisbaas. Tottaal onthutst kwam ik in het ziekenhuis terecht. Daar zei een dokter tegen mij: “Als je in de stad komt wonen en je wandelt over straat, kijk dan naar de ogen van de mensen. Als ze niet terug kijken, laat ze dan met rust en zeg niets. Die mensen zijn in zichzelf om welke reden dan ook. Als de mensen wel terug kijken naar je ogen, zeg dan vriendelijk: “Goeie dag”. Zonder meer. Ze zullen antwoorden met een even vriendelijke goeie dag. En binnen de drie maanden zullen de mensen zeggen: “Hé, dat is een vriendelijke man.” Ik heb de dokter zijn raad gevolgd en na 6 jaar in de stad te wonen, ben ik razend populair in de stad. En in het dorp waar ik vroeger woonde willen ze mij niet meer.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.