Kolet Janssen

auteur

Nummerbordlezer

8 april 2019

Sinds de Belgische kentekenplaten van auto’s groepjes van drie letters bevatten, ben ik onderweg voortdurend afgeleid. Ik kan het niet laten om ze te lezen. Want je zou versteld staan van hoeveel woorden je met drie letters kunt maken. En dan vraag ik me af of er een link is tussen de bestuurder en wat er op zijn nummerbord staat.

Er zitten nietszeggende woorden bij zoals ‘DUS’ of ‘ACH’. Er zijn veel dierennamen zoals ‘MOL’, ‘VIS’ of ‘KAT’. ‘AAP’ of ‘UIL’ is misschien niet altijd leuk, al blijft het grappig. Zelf rijd ik rond met een ‘DEN’. Eenmaal stond ik voor een stoplicht vlak achter een ‘EIK’. Het voelde alsof het hele bos op wandel was.

Er zijn ook min of meer beschrijvende woorden, die wellicht lang niet altijd kloppen met wie er in de auto zit. Onlangs zag ik ‘VET’ rijden met een smal meisje achter het stuur. ‘BOL’ en ‘DUN’ heb ik ook al zien langskomen.

Of je rijdt rond in een auto met een lichaamsdeel op zijn nummerbord: ‘BIL’, ‘ARM’ of ‘KOP’ bijvoorbeeld. Met ‘SIP’ of ‘LOL’ wordt je humeur in een bepaalde richting geduwd, misschien vaak tegen je zin. ‘ZIN’ laat dan weer alles open.

Er zijn ook nummerborden die doen dromen. ‘ALS’ bijvoorbeeld. Voor wie daarmee rijdt, blijft alles mogelijk. Tenzij je het als een afkorting beschouwt, dan doet het regelrecht pijn. Net als ‘TBC’.

Ik weet dat er een lijst is met drieletterwoorden van uitwerpselen en scheldnamen voor seksuele onderdelen. En ook met namen van politieke partijen. Zo’n kentekenplaten kunnen je niet toevallig toegekend worden. Ze zijn te beledigend.

Gisteren reed ik heel even in een sprookje. Ik werd langzaam ingehaald door een ‘ELF’, terwijl ik enkele tellen later zelf een ‘FEE’ voorbijstak. Een magisch moment.

Ik begrijp dat het woord ‘GOD’ niet bij de standaardnummerborden hoort. Ik heb hem nog nooit gezien onderweg, toch niet op een nummerbord. Je moet er dus extra voor betalen om met ‘GOD’ rond te mogen rijden. Misschien moet je er eerst wel een toelatingsproef voor afleggen. Wat zou ik graag in de jury zitten en met een stel gelovigen van diverse pluimage discussiëren over het ‘God’-gehalte van een of andere kandidaat. Met vragen als: ‘Is hij wel geduldig genoeg?’ ‘Kan zij ook echt mild zijn?’ Want het is natuurlijk een hele verantwoordelijkheid om met zo’n bord rond te rijden.

Als ik tijdens het rijden een opmerking maak over die nummerbordwoordjes tegen mijn echtgenoot, weet hij meestal totaal niet waarover ik het heb. Hij vindt het trouwens ook zelden grappig. Sommige pleziertjes moet je misschien beter voor jezelf houden. Al zou ik weleens willen weten of jullie dat nu wel of niet lezen en opmerken. Ik geloof nooit dat ik de enige nummerbordlezer ben.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.