Kolet Janssen

auteur

Sporten

10 februari 2020

Het klinkt misschien raar, maar in wezen is sporten een relatief nieuw verschijnsel. Mijn grootouders bliezen na een dag van zware arbeid uit op een harde, houten stoel bij hun deur. Ze zouden het niet in hun hoofd gehaald hebben om in hun vrije momenten nog aan extra lichaamsbeweging te gaan doen.

Mijn ouders gingen wel eens wandelen of fietsen op zondagnamiddag, maar dat was als uitje bedoeld en niet om je in het zweet te werken. Met het schoonmaken van het huis en het onderhouden van de moestuin kregen ze meer dan genoeg lichaamsbeweging.

Als ik mensen moeizaam zie joggen in de brandende zon, de ijzige kou of de heftigste storm, voel ik vaak een soort plaatsvervangende gêne. Dat kan toch niet gezond zijn, denk ik spontaan. En als ik hoor welke letsels ze allemaal oplopen, staaft me dat in mijn buikgevoel.

Wie tegenwoordig zijn kind niet inschrijft in een of andere sportclub, wordt haast als een verwaarlozende ouder beschouwd. Waarom heeft sport stilaan die bijna heilige status verworven? Heb ik een blinde vlek op dat gebied? Is er iets wat ik niet zie waardoor sport onmiskenbaar een beter mens van je maakt?

De zeldzame keren dat ik uit mijn comfortzone treed en mezelf een stukje intensieve sport toedien in de vorm van te snel bergop fietsen of stappen, voel ik me echt niet beter. Noch tijdens noch achteraf. Sporten bestaat voor mij uit zweten, afzien en wachten tot je hart weer normaal klopt. Ik kan me met de beste wil van de wereld niet inbeelden dat je zoiets voor je plezier doet. Het stadium van de ‘runners high’ heb ik blijkbaar nooit bereikt. Ik kom niet verder dan wat brave pilatesoefeningen en een beetje wandelen.

Bij sporten denk ik meteen aan iteratieve werkwoordsvormen. Dat is een vorm van het werkwoord die aangeeft dat je iets herhaaldelijk en intensief doet. Knipperen komt van knippen, jakkeren van jagen en snotteren van snuiven. Het hele sportgebeuren heeft voor mij iets van te veel en te vaak. Het wordt daardoor ook makkelijk een beetje overdreven en belachelijk.

Het zal grammaticaal wel niet kloppen, maar voor mij staat het vast. Het iteratief van sporten is spartelen. Geen wonder dus dat sport mij niet aantrekt. Want wie gaat er nu voor zijn plezier spartelen?

(Afb. van 024-657-834 via Pixabay)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.