Kolet Janssen

auteur

Spreken in lussen

19 juli 2019

Ditmaal zit ze op het balkon als ik arriveer. ‘Joehoe!’ hoor ik ver boven mij, als ik naar de ingang van het woonzorgcentrum loop. Een heel vertrouwde stem. Ik kijk omhoog langs drie verdiepingen starende bejaarden. Het is prachtig weer en de schaduwrijke balkons worden druk gebruikt. Mijn moeder zit op de tweede verdieping van haar gemeenschappelijke leefruimte en het duurt even voordat ik haar witte haardos tussen de andere kan onderscheiden. Ze zwaait vrolijk.

Ik neem de lift en schuif een stoel bij om naast haar te zitten. ‘Hier is het fijn zitten’, zeg ik monter. Mijn moeder zit vlakbij de reling, om niets te missen van wat er zich beneden voor de inkomdeur afspeelt.

‘Vandaag is het te warm om in de zon te zitten’, hoor ik mezelf zeggen. ‘Hier is het goed’, beaamt mijn moeder. ‘Hier is een windje waardoor het niet te heet is.’ Ik knik, lichtjes opgelucht om zo’n verstandige opmerking. Ik pols naar de rest van haar dag. Heeft ze nog iets leuks gedaan? Ze antwoordt vaag. ‘Ja, we zijn naar beneden geweest en daar zaten we samen. We hebben gepraat over iets, ik weet niet meer precies wat. Ik doe altijd mee, ik blijf niet op mijn kamer zitten. Ze weten dat ze mij altijd mogen komen halen.’

Ik knik. Altijd als ik bij mijn moeder op bezoek ga, spelen we dat we een gesprek voeren.

Zij produceert een aantal min of meer samenhangende zinnen en ik beaam of nuanceer. Het maakt niet uit, want even later verschijnen de zinnen opnieuw alsof ze pas bedacht zijn.

‘Ik denk dat het hier zo goed is omdat er een windje waait’, zegt mijn moeder met een schrandere blik in haar ogen. ‘Denk je ook niet?’ vraagt ze aan een medebewoonster die even verderop zit. Die beaamt het goedmoedig.

Beneden lopen een paar oudere vrouwen naar binnen. Een echtpaar van middelbare leeftijd komt naar buiten met een schuifelende bejaarde in de arm. Dat valt me telkens weer op: niet alleen de bewoners zijn hier stuk voor stuk bejaard, ook de bezoekers en de vrijwilligers zijn over het algemeen ruim zestigplussers. De enige jonge mensen die je hier ziet, zijn personeelsleden. En de kinderen van de buurtschool, die af en toe komen bingo spelen met de oudjes.

Ik leun even ontspannen achterover. ‘Ja, het zit hier goed’, zegt mijn moeder. ‘Niet in de zon, en met zo’n windje is het echt niet te warm, hè.’ Ik brom instemmend. Voordat we naar haar kamer gaan, herhaalt ze het nog vier keer, van dat windje. En telkens alsof het haar net te binnen schiet.

‘Westworld, denk ik voor de zoveelste keer. Ook daar spreken en handelen de artificiële mensen in voorgeprogrammeerde ‘loops’ of lussen. Niets kan ze van hun stuk brengen. Ze lijken zich niet te herinneren dat ze dezelfde dingen al eerder herhaaldelijk hebben gezegd en gedaan. Heel bevreemdend in de serie, maar nog meer in het echt.

Ook mijn moeder leeft in een beperkt aantal ‘loops’, die ze telkens met bijna identieke woorden, gebaren en emoties doormaakt. Een portie trots als ze vertelt dat ze ‘nog alles zelf kan’, een dosis heftige woede als het gaat over haar kleren die naar haar zin te vaak achter haar rug in de was worden gedaan, een hevige opwelling van verdriet als ze de foto van mijn vader ziet (ik was beter samen met hem doodgegaan), een vleugje zelfbeklag als ze uitlegt waarom ze geen blokje om doet (ik ben altijd alleen), een vat vol strijdlust als ze vertelt over de kansen die ze als meisje heeft gemist, wat ongerustheid als ze naar haar lichtjes gezwollen voeten kijkt (die al meer dan een jaar elke dag opzwellen en ’s nachts weer ontzwellen).

Na nog twee loops ‘vader’ en drie ‘kleren in de was’ is het voor haar tijd om te gaan eten. Ik loop met haar mee naar de leefruimte. ‘Op het balkon is het fijn zitten’, legt ze me uit. ‘Ik denk dat het komt omdat daar een windje is.’ Ik knik en geef haar een kus, voordat ik naar mijn auto loop. Daar zet ik keihard Ella Fitzgerald aan terwijl ik naar huis rijd.

(Afb. van Stocksnap via Pixabay)

3 reacties op “Spreken in lussen”

  1. beatrijspeeters schreef:

    Ik bleef achter met een beetje pijn. Knap geschreven, dat ingehoudene. Tot Ella natuurlijk 😉

  2. Trees Vandenbussche schreef:

    Ik voelde weer de pijn van de bezoeken aan mijn papa eerst nog bij hem thuis, daarna in het ziekenhuis.
    Mijn schoonmoeder herhaalde ook al wat ze zei, in het beginstadium van haar dementie.
    Je schrijft zo herkenbaar…

  3. Els Govaerts schreef:

    Kolet, misschien kan je wat met je moeder zingen: liedjes uit haar jeugd… Ik denk dat jullie beiden daar nog plezier aan zouden beleven 🙂

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.