Kolet Janssen

auteur

Tuinkabouters

23 maart 2021

Ik hou niet zo van tuinkabouters. Met hun schreeuwerige kleuren en voorspelbare grimassen passen ze niet in hoe ik een tuin het liefste heb: alle tinten groen en een beetje geheimzinnig, met onverwachte hoekjes, verrassende bloemen en weelderige varens op vochtige plekken. Tuinkabouters doen me te veel denken aan tuincentra en geforceerd plezier.

In mijn tuin dus geen tuinkabouters. Daarom merk ik met pijn in het hart dat mijn eigen kinderen en vrienden steeds meer op tuinkabouters gaan lijken.

Sinds meer dan een jaar zie ik ze voornamelijk nog buiten. In parken, bossen en tuinen. Dik ingepakt en met rode wangen van de kou. Met mutsen en mondkapjes. Ze blijven behoedzaam op afstand. Hun ledematen zijn inmiddels net zo stram als die van een plaasteren beeld, want knuffelen is uit den boze.

Maar net als echte tuinkabouters houden ze met een obligate glimlach de moed erin. Onderweg maken ze grapjes. Ze trotseren miezerig weer en modderige paden. Ze slepen me mee op veel te lange wandelingen en verleiden me met zelfgebakken muffins. Ze improviseren tuinzitjes met dekentjes en kersenpitkussentjes en warmen drankjes op die we tot voor kort alleen in gekoelde versie dronken. Het mankeert er nog maar aan dat ze binnenkort luidkeels ‘Hey Ho!’ gaan zingen.

En als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik door dat legertje tuinkabouters op de been word gehouden. Ze leiden me door het donkere bos, tot ‘over the rainbow’, waar naar men zegt alle zorgen verdwijnen.

Er zijn mensen die ervan dromen om een kikker te kunnen veranderen in een prins. Ik droom alleen van de tijd dat mijn tuinkabouters weer veranderen in kinderen en vrienden.

(Afb. van Heinz Hummel via Pixabay)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.