Kolet Janssen

auteur

Waar mijn ‘ik’ zit

28 november 2018

Kleinzoon zit aan tafel met een lege beker. De pannenkoeken hebben hem dorstig gemaakt.

‘Mijn piemeltje zegt tegen mijn buikje dat het melk wil’, laat hij weten.‘En mijn buikje vertelt dat dan aan mijn keel. En dan zegt mijn keel dat aan mijn mond en dan weet ik het.’ Hij is vol vertrouwen over de werking van zijn lichaam.

Lang geleden volgde ik een cursus over zenuwverbindingen en synapsen die in grote lijnen hetzelfde beweerde. Alleen van dat piemeltje ben ik niet helemaal zeker.

Ik onthoud dat kleinzoon er vast van overtuigd is dat zijn ‘ik’ in zijn mond zit. Dat verklaart meteen waarom hij zo’n spraakwaterval is.

Ik heb eerder het gevoel dat mijn ‘ik’ in mijn middenrif zit, ergens ter hoogte van waar ik de hik voel. Als ik voor iets warmloop of ergens van opschrik, voel ik dat vooral daar. Hoewel, als ik nijdig ben, zit mijn ‘ik’ eerder in mijn nek. Die spant zich dan op als een stuk beton. En als ik me verveel, voel ik dat vooral in mijn tenen, die dan ongedurig gaan wriemelen.

Het is zoals spreken over je ziel: iedereen weet wat je ermee bedoelt, maar niemand kan je uitleggen wat het is of waar ze precies zit. Je ziel, je diepste binnenste, zit gewoon overal tussendoor. Net zoals God, als je er even over nadenkt. Misschien worden mensen wel daarom ‘beeld van God’ genoemd.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.