Kolet Janssen

auteur

Warmlopen

1 april 2019

‘Veel meer mensen zouden warmlopen voor de klimaatzaak als de effecten de andere kant opgingen’, zegt mijn kapper. ‘Als het hier bijvoorbeeld continu vijf graden kouder zou zijn. Of als we nooit meer zouden kunnen buitenkomen zonder muts en handschoenen. Of als we niet meer lekker in de zon zouden kunnen zitten.’ Hij knipt de haren rond mijn oren weg en scheert de donshaartjes in mijn nek. Ik hou hem in de gaten, want voor je het weet, halveert hij mijn bles en dat is niet de bedoeling.

Het is een totaal foute opmerking van mijn kapper, maar hij heeft een punt. Een paar vroege lenteweken waarbij de terrasjes vol zitten met blote armen en benen, ervaren we diep vanbinnen echt niet als een ramp, hoewel het dat ongetwijfeld wel is. Het is oneerlijk dat die klimaatopwarming voorlopig vooral in ons voordeel lijkt te werken.

Experten verzekeren ons dat het snel anders zal worden, breng ik in. Dat de hevige hoosbuien er al een voorbode van zijn. En toen we afgelopen zomer moesten besparen op water omdat het zo lang droog was, was dat ook niet echt leuk. Maar dat went snel. En het regent tussendoor nog meer dan genoeg, vindt de kapper. Niets om ons echt zorgen over te maken dus. Intussen geniet ook ik schaamteloos van elk nieuw temperatuurrecord.

Mensen die nu al hun woongebied overstroomd zien of hun moestuin in woestijn voelen veranderen, kunnen niet wegkijken. Eens te meer moeten we dus leren om solidair te denken en te handelen. En dat bleek in het verleden al niet onze sterkste kant.

Wanhopige reclamespotjes laten kinderen aan het woord die brandweerman of helikopterpiloot willen worden, ‘want die zullen er in de toekomst veel nodig zijn met al die bosbranden.’ Wij glimlachen beaat bij die spotjes. Die bosbranden waren in verre continenten, we ruiken ze niet tot bij ons.

‘Hier wordt het hoogstens een vorm van Middellandse zeeklimaat, en wie kan daar iets op tegen hebben?’ gaat mijn kapper verder. ‘We gaan in landen met dat klimaat al decennialang op vakantie. Akkoord, onze gazons zullen moeten sneuvelen voor vijgenbomen en oleanderstruiken, maar dat scheelt ook een hoop maaiwerk. En die grote muggen en mieren nemen we er ook nog wel bij. Ik kijk al uit naar de krekels en de salamanders.’

Mijn kapper blijft maar verder praten. Hij stapelt de mooie voorbeelden op. Ik kan ze niet allemaal ontkennen.

Wij mensen leven van dag tot dag. We vinden het moeilijk om lang vooruit te kijken. Als we het nu goed hebben, willen we liever niet denken aan de toekomst, hoe dreigend die ook is. Hoe komt het dat we zo kortzichtig zijn? Maar moeten we ons dan schuldig voelen als we genieten van de zachte temperaturen? Dat zou toch ook te gek zijn.

We moeten het anders doen, dat weten we inmiddels (bijna) allemaal. De bereidheid om het roer om te gooien groeit elke dag. Hopelijk kunnen we het betaalbaar houden, zodat de kwetsbaarsten onder ons er niet de dupe van worden dat we alles zo lang hebben uitgesteld.

‘Ik teken voor een zomer zoals die van vorig jaar’, besluit mijn kapper als hij de losse haartjes van mijn schouders borstelt. Ik knik, te murw om hem tegen te spreken.

De toekomst zal uitwijzen hoe het zal lopen. Ik zal meegenieten met al mijn landgenoten van elke uitzonderlijk mooie zomerdag. Maar tegelijk zullen we samen anders moeten gaan leven, stap voor stap, zonder uitstel.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.