Kolet Janssen

auteur

Woorden en antwoorden

18 juni 2020

Ik herinner me nog levendig een scène van meer dan vijftig jaar geleden. Ik was bijna twaalf en zat op een avond aan de keukentafel met mijn moeder. We wachtten op mijn vader die kort na zes uur van zijn werk kwam. Het was februari en donker buiten. Mijn vader kwam binnen in een vlaag van kou en gaf mijn moeder een kus. ‘En?’ vroeg hij.

‘Ja, het is zo’, antwoordde mijn moeder.

Zonder iets te zeggen ging mijn vader de gang in om zijn jas uit te trekken.

Mijn ouders dachten dat ze in geheimtaal spraken en dat ik geen flauw idee had van waarover ze het hadden. Maar ik zat al mijn hele leven te wachten op een broertje of zusje en was alert voor elk spoor daarnaartoe. De dagen daarop pikte ik meer kleine signalen op.

Toen mijn ouders me rond Pasen plechtig op de hoogte wilden brengen van de komst van mijn broertje, vertelde ik hen dat het voor mij geen verrassing was. Ze waren stomverbaasd.

In het gezin waar ik kind was, waren er veel dingen waarover je niet kon spreken. Dat werd nooit zo afgekondigd, maar je kreeg het mee door allerlei ongemakkelijke of korzelige reacties. Als kind paste je je daaraan aan. Er bleven daardoor veel vragen over, maar die nam je erbij. Je leerde letten op andere tekens: gezichtsuitdrukkingen, losse opmerkingen, plotse veranderingen in plannen, de omslag van een humeur. Daarmee construeerde je de werkelijkheid bij elkaar. Soms had je het fout, soms zat je goed. Met de jaren werd je er steeds beter in. Maar er bleven veel dingen die nooit gedeeld konden worden.

Toen ik als studente in het gezin van mijn latere schoonouders kwam, merkte ik meteen een heel andere toon. De kinderen konden overal hun mening over geven. En wat nog uitzonderlijker was: als er een of ander probleem opdook, gingen ze met zijn allen aan de grote tafel in de woonkamer zitten en werd er gepraat. De jongste kinderen hadden niet altijd veel inbreng, maar ze zaten er wel bij en hoorden hoe je zoiets aanpakte. Ik werd verliefd op het hele gezin.

Ik maak me geen illusies dat het in ons gezin altijd ideaal is gegaan. Overal zijn er dingen die moeilijk liggen en waarover nauwelijks gesprek mogelijk is. En er zijn vast ook dingen die je beter kunt uitdrukken met andere middelen dan met woorden. Maar ik zweer bij woorden en weerwoorden.

Door iets te zeggen kun je mensen kwetsen of in het harnas jagen. Je kunt ze ook plezier doen of verrassen. Met woorden kunnen er grote misverstanden ontstaan, waarbij mensen zich wederzijds schrap zetten. Maar er is geen betere manier om die misverstanden ook weer uit de weg te ruimen dan met nieuwe woorden. Niemand heeft het laatste woord. Elk woord kan en moet aangevuld, bijgestuurd en genuanceerd worden. En zo blijven we op elkaar betrokken, met woorden en antwoorden, ons hele leven lang. Zoals we ook spreken tegen onze God en luisteren naar zijn woorden, telkens opnieuw.

(TGL 2020.2 Communicatie, afb. van Lisa Runnels via Pixabay)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.