Kolet Janssen

auteur

De strijd om schone kleren

18 april 2019

Enige tijd geleden merkte ik dat mijn moeder toch wel erg lang dezelfde kleren droeg. Eerst dacht ik nog dat ze intussen in de was geweest waren en weer aangetrokken, maar dat bleek niet het geval te zijn. De afspraak in het woonzorgcentrum waar ze woont, is dat de kleding minstens na het douchen in de was gaat. Maar mijn moeder is gehaaid. Ze zegt op zeer overtuigende toon tegen de verzorgster die haar helpt: ‘Ik heb die kleren pas sinds gisteren aan!’ Een tijd lang trapte iedereen daarin. Toen ik na verloop van tijd in de gaten kreeg dat er iets niet klopte, en erover met haar in gesprek ging, stak ze haar neus in de lucht en antwoordde op al mijn argumenten: ‘Ik zweet niet!’

Ten einde raad wend ik me tot Sonja. Sonja is de hoofdengel van dienst op haar afdeling. Ze luistert altijd aandachtig naar mijn argumenten, maar als het erop aankomt, staat ze aan de kant van mijn moeder. Daar laat ze nooit twijfel over bestaan. Zij is er voor haar bewoners, en niet voor hun rare familieleden. Vreemd genoeg stelt me dat ook geweldig gerust.

‘Uw moeder heeft veel van haar autonomie verloren door hier te komen wonen’, legt Sonja me uit. ‘En nu klampt ze zich vast aan elk klein beetje dat haar nog rest. Zoals beslissen dat het niet nodig is om schone kleren aan te trekken.’

Tja, daar sta ik dan. Maar Sonja ziet ook wel in dat het niet al te gek moet worden. Er zijn grenzen aan het verdragen van lijfgeur. ‘Misschien kan ik haar voorstellen om een keer vaker te douchen’, bedenkt ze. ‘Dan heb ik een extra gelegenheid om haar kleren te wisselen.’

Toen mijn ouders nog thuis woonden, gingen ze elke zaterdag in bad en elke woensdag onder de douche. Nu doucht mijn moeder alleen nog op maandag. En ze gaat niet in op het voorstel van Sonja om dat uit te breiden met een tweede douchebeurt per week. Ik heb er met haar een hoogoplopende discussie over, die ons allebei ongelukkig maakt en die niets uithaalt. Ik verwijt haar dat ze onzin praat en zij blijft herhalen dat ze niet zweet.

Gelukkig is de ruzie weer snel voorbij. Ouderdomsvergeetachtigheid heeft ook zo zijn voordelen. En op een avond probeer ik het opnieuw aan de telefoon. Ze vermeldt terloops dat er anderen op de gang zijn die twee keer per week worden geholpen met douchen. Ik speel de verontwaardigde dochter: ‘Maar dat moet jij ook vragen, mama! Jij hebt daar ook recht op!’ Ik hoor haar nadenken. ‘Maar ik zweet niet’, probeert ze nog slapjes, maar ik voel dat ik ditmaal ga winnen. ‘Maar dat gaat toch niet over zweten, mama, als je gedoucht hebt, voel je je gewoon helemaal fijn. Je moet jezelf wat laten verwennen door twee keer per week te douchen.’ ‘Ja, dat is waar, na het douchen voel ik me altijd goed’, geeft ze toe. En ze dringt erop aan dat ik het aan de verzorging zal vragen. Ik beloof het met mijn schijnheiligste stemmetje.

Ik geef het door aan Sonja en hoop er het beste van. Misschien is mijn moeder morgen weer vergeten wat we besproken hebben. Misschien wil ze ondanks alles toch niet haar kleren verschonen na het douchen. Maar ik heb meer kans van slagen als ik het onderhandelen met haar als een soort sport zie. Veel trainen, af en toe een wedstrijdje, nu eens winnen, dan weer verliezen of gelijkspel. Alleen God weet dat ik er af en toe doping bij zal nodig hebben 😉

Elisabethnieuwsbrief, 18 april 2019

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.