Tussen de bloemen
20 mei 2026

‘Oma, weet je, God bestaat echt!’ zegt kleindochter Eva.
‘Ja, dat weet ik’, zeg ik.
‘Je kunt iets vragen aan God’, gaat ze verder.
‘Wat vraag je dan?’ wil ik weten.
‘Dat hij dingen mooi maakt’, antwoordt ze.
Dan gaan we bloemetjes zoeken. We hebben kartonnen kaartjes met een tekening van een vaas en een bloemenkrans erop. Er zitten overal gaatjes in geprikt en daar gaan wij bloemetjes in stoppen.
We vinden boterbloemen. Eva ruikt eraan. ‘Die ruiken naar boter!’ juicht ze.
Er zijn veel madeliefjes en een paar margrieten, of ‘grote madelieven’.
De klaprozen laten we met rust. Die houden er niet van om geplukt te worden.
Op een schaduwplekje vinden we vergeet-me-nietjes.
‘Weet je waarom die zo heten, oma?’ vraagt Eva. ‘Ze willen zeggen: vergeet me niet water te geven!’
Gelukkig regent het elke dag meer dan genoeg om niet de hele wei te hoeven gieten.
We prikken een paar rode klavers op de kaart en fijne witte bloemetjes waarvan ik de naam niet ken. Wat paarse wikke slingert zijn ranken over onze kunstwerkjes. Het ziet er prachtig uit. We zijn zo fier!
God heeft het mooi gemaakt. En wij genieten ervan. Dat is dus goed geregeld!
;)
;)
;)
;)
;)