Strooigoed
21 november 2025

Onze pleegkinderen – twee broers van 6 en 7 en een zusje van 5 uit hetzelfde gezin – waren nog geen half jaar bij ons toen het Sinterklaas werd. Dat kenden ze nog uit de instelling waar ze hadden gewoond. Wij deden graag mee met de pret. Mijn man speelde op de piano elke avond een aantal evergreens uit het Sinterklaasrepertoire en wij zongen samen telkens vrolijker en toonvaster mee.
Op een avond hadden we onze 16-jarige buurjongen gevraagd om – tijdens onze zangstonde – snel wat snoepgoed in de kamer te komen gooien. Hij kreeg van ons een huissleutel en een zakje ‘strooigoed’: guimaufkes en gouden chocoladecenten. Hij had zich goed voorbereid: met een zwarte handschoen om zijn hand opende hij de deur op een kier en gooide met een paar stevige zwaaien het snoep over het tapijt. Waarna hij snel als de wind weer verdween.
De kinderen gilden. Van opwinding en dolle pret, dachten wij. Maar al gauw merkten we dat ze volledig in paniek waren. Wie was er toch zomaar in ons huis binnen kunnen komen? Waarom vloog dat snoep door de kamer? Waarom was er niemand te zien?
Ze huilden en waren ontroostbaar. Ze durfden niet meer naar de wc in de gang en al helemaal niet meer naar hun bedjes boven. Ten einde raad biechtten wij op dat we de buurjongen hadden gevraagd. Maar ze geloofden ons niet. Het was vast en zeker een enge man geweest!
Met hangende pootjes en snikkende kinderen in onze armen, klopten we aan bij de buren. Pas toen de buurjongen uitgebreid vertelde wat hij had gedaan en hen zijn handschoen liet uitproberen, kwamen ze langzaam tot bedaren.
Onze pleegkinderen bleven toch nog een paar jaar in de Sint geloven. Wij zongen in het seizoen elke avond Sinterklaasliedjes. Maar eng hoefde het voor hen niet meer te zijn. Iets engs is pas fijn als je je echt helemaal veilig voelt. We kenden die theorie. Maar pas toen beseften we hoe het werkte in de praktijk.
(Afbeelding van Ylanite Koppens via Pixabay)
;)
;)
;)
;)
;)