Bezoek
10 april 2026

Een herinnering: er staat een auto op de oprit van mijn ouderlijk huis als ik van school kom. ‘Yes, we hebben bezoek!’ denk ik. Wie zou het zijn? Altijd leuk om te zien hoe je ouders een lichtjes andere versie van zichzelf worden als er mensen op bezoek zijn. Een beetje meer gefilterd, een beetje meer geneigd de mooie kantjes naar boven te halen.
Al blijft ‘bezoek’ een raar woord. Want het heeft niets te maken met zoeken. De meeste mensen die je komen opzoeken, weten heel goed waar ze je kunnen vinden. Ze hoeven niet te zoeken, ze kunnen gewoon aanbellen. Of zoals bij mijn ouders aan de achterdeur kloppen.
Er is ook een groot verschil tussen bezoek en een bezoeking. Dat laatste wil je liever niet te vaak meemaken. Het gaat dan om iets onaangenaams of zwaars om te dragen, iets wat liefst zo snel mogelijk voorbij moet gaan.
Toen wij volwassen werden, gingen we geregeld op bezoek bij mijn ouders. Maar we noemden dat niet zo, want dat klonk te duf. ‘Is het goed als we zondag even langskomen?’ vroeg ik aan de telefoon.
‘Dat is goed dat ge langskomt en komt ge ook nog binnen?’ antwoordde mijn moeder dan nogal cynisch.
Ik kon alleen grijnzen met mijn mond vol tanden.
We wilden ons vooral niet te lang vastleggen en er geen officiële gebeurtenis van maken. Langskomen klonk dus beter dan op bezoek gaan. Even binnenspringen kon ook nog. Niet lang genoeg om je jas aan de kapstok te hangen, gewoon even poolshoogte nemen en er weer vandoor gaan.
Tegenwoordig zeggen we tegen vrienden dat we gaan afspreken om weer eens bij te praten. Alles om dat aftandse woord bezoek te vermijden.
Mijn kleindochter heeft er nog iets beters op gevonden. Die komt niet gewoon op bezoek, ze komt vooral graag logeren. Want logeren is bezoek in het kwadraat!
(koletjanssen.be, photo by Centre for Ageing Better on Unsplash)
;)
;)
;)
;)
;)