Kolet Janssen

auteur

Paasweeën

12 april 2026

Paasmorgen. Ik ben druk in de weer met het dekken van de tafel voor het paasontbijt met de familie. De jongste kleindochter heeft bij ons gelogeerd, de anderen komen straks. Ik leg paasplacematjes met geborduurde konijntjes klaar en boter in de vorm van een paashaas. Ik moet thee maken, bestek klaarleggen en servetjes zoeken. Ik leg kaas op een snijplank en een mes erbij. Mijn wederhelft bakte rozijnenbrood en een van de kinderen neemt verse broodjes van bij de bakker mee. Ik zet kleindochter achter een kop warme melk met een chocoladebol erin en moffel het mandje met gekleurde en chocolade strooi-eieren voor de klokken weg in de andere kamer die aan de tuin grenst. Want kleindochter gelooft heilig in de paasklokken.

Opeens gaat de bel. Is er al iemand van de kinderen?

Voor de voordeur staat een jonge, zwarte meneer. In vlot Engels legt hij uit dat hij naar binnen wil. Het opvangcentrum voor daklozen is dicht, zegt hij, terwijl hij vaag naar links wijst. Er is daar geen opvangcentrum, alleen een woonzorgcentrum met daarbij een lokaal dienstencentrum. In de hal daar is het warm, er staan zeteltjes, er zijn schone toiletten en een gratis koffieautomaat. Misschien is het zo vroeg nog niet open op Paasdag.

‘Het regent. Ik wil alleen koffie en me een beetje opfrissen’, zegt hij. Hij zet bijna een voet binnen, maar ik blijf in de weg staan. ‘Nee’, zeg ik. ‘Ik breng je koffie.’ Ik wijs naar de bank en het afdakje tegenover ons huis op het kruispunt van onze straat. Hij is niet blij, maar hij loopt erheen.

Ik roep naar boven naar mijn wederhelft wat er aan de hand is. Hij is bezig met scheren en dat duurt nog wel even. Het miezert een beetje buiten. Dat is slecht nieuws voor de paasklokken en ook voor de dakloze, die tegen de muur onder het afdakje staat.

Ik maak een kop koffie klaar en neem die mee naar buiten, met twee klontjes suiker erbij. Ik zie de man niet meer, maar dan komt hij vanaf het andere uiteinde van de straat weer aanlopen. Hij neemt de koffie aan en roert de suiker erdoor. Zonder glimlach, zonder woord of knikje. Hij herhaalt dat het regent en dat hij een paraplu nodig heeft. Ik ga weer naar binnen.

Even later is hij weg. De lege kop staat op de grond bij de bank.

Ik ben niet fier op mezelf. Ook al was het Pasen, ik heb de steen voor mijn deur niet weggerold. Ik had mijn handen vol met mijn eigen leven. Aan dat verrijzen moet bij mij nog wat gewerkt worden.

(Otheo.be, photo by Oyemike Princewill on Unsplash)

2 reacties op “Paasweeën”

  1. Simone Sergeant schreef:

    Ik begrijp het dilemma, de twijfel, de aarzeling, de gemakkelijkste oplossing, de onrust en het schuldgevoel nadien. Het overkwam me ook reeds in andere omstandigheden.
    Verrijzen en stenen wegrollen is een levenslang gebeuren. Iedere keer een nieuwe keuze maken, prioriteiten stellen, het onverwachte inruilen voor eigen plannen, het eigen leven loslaten…

    1. Kolet Janssen schreef:

      Dankjewel voor je reactie!

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.