Kolet Janssen

auteur

Rotzooien

6 november 2025

Toen onze pleegkinderen klein waren, gingen we vaak met hen naar het bos. Vooral in de herfst. Dan viel er veel te rapen en daarna te knutselen. Maar het leukste vonden ze dat ze met hun rubberlaarsjes kniehoog door de afgevallen bladeren konden waden en springen.

Zelf noemden ze dat ‘rotzooien’ en ze kregen er niet genoeg van.

Misschien namen ze zo stiekem wraak op ons, die hen al eens achter de veren zaten dat ze voor het slapengaan ‘hun rotzooi’ moesten opruimen.

In het bos was er geen beginnen aan met opruimen. Er lagen karrevrachten bladeren op de paden. Ze lieten zich er uitgelaten in vallen. Ze gooiden ze met handenvol in de lucht. Een overvloed aan overtollige bladeren zorgde voor dolle pret. Met hoogrode wangen knabbelden ze aan een wafeltje en speelden dan weer verder. Ze konden er niet genoeg van krijgen.

’s Avonds als ze hun pyjamaatjes aantrokken, dwarrelden er blaadjes en takjes neer naast hun bed. Beneden stonden bonte herfstkunstwerken te prijken.

Soms vraag ik me af of ze er nu ze alle drie over de vijftig zijn nog wel eens van dromen, van dat rotzooien. En of ze soms nog eens dat gevoel ervaren van toen, als ze ergens door een randje herfstbladeren stappen. Ik denk van wel.

(Photo by Ivan Sumlikin on Unsplash)

 

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.